Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelachen, wanneer men van kluizenaars sprak; nu echter sla ik uit mijzelf den eenzamen weg in, die mij als kluizenaar langs de zonderlinge paden van het leven voeren zal, — wel zonder pij of rozenkrans, Uwe Hoogheid, maar ook zonder een tweede hart!"

„Lehrbach!" riep Sylvia verschrikt uit en greep opgewonden zijn arm. „Ge ijlt? Kom tot je zelf!"

„Ja, Uwe Hoogheid, wees toegevend voor een zieke!" en hij glimlachte sarcastisch. „Ge weet, dat de luimen van een graaf Lehrbach onberekenbaar zijn1"

Sylvia barstte uit in een zenuwachtig lachen. „Bij den hemel, gij hebt gelijk, ge verstaat de kunst de menschen te verrassen! Waarom zoekt ge niet een plaats aan een theater? Ik voorspel u een schitterend succes: zulk comediespelenals gij kunt, heeft men nog niet gezien!'

Onstuimig en wild rukte ze hem de roos uit de hand, en vertrapte ze onder haar voet; haar gelaat zag doodsbleek, haar lippen trilden.

„Een ridder, die zijn orde geen eer aandoet, verdient ze niet te dragen!" siste ze met van toorn fonkelende oogen. „En menschen, die een roos niet naar waarde weten te schatten, moeten zich niet verwonderen, wanneer men ze in het vervolg slechts doornen zal laten gevoelen!" Nog eenmaal nam ze hem van het hoofd tot de voeten op, daarna keerde ze hem den rug toe en verdween snel door de deur...

Eerst was Hattenheim sprakeloos van vreugde blijven staan, daarna echter overviel hem een duizeling, het was hem, als moest hij Günther te gemoet, den vermetele herinneren aan de gevolgen van zijn woorden. Snel sloeg hij de gordijnen terug, trad naar zijn vriend toe en legde de hand op diens schouder.

„Günther ongelukkige, wat nu ?" vroeg hij met bevende stem.

De jong man zag hem aan, lachte luid en sloeg zijn arm om den hals van Reimar.

„Wat nu, oude jongen? Je hebt het gehoord: ik zal de doornen voelen !" riep hij opgewonden uit en wierp het hoofd

Sluiten