Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Josephine was nog bleeker geworden; toch hernam zij vol overtuiging:

„Ik ken de hertogin en heb reeds grooter deugden in haar leeren bewonderen dan „vergiffenis schenken"; ik zal dus den tocht naar het paviljoen wagen!"

„Mijn beste wenschen met je, mijn kind!"

Josephine kuste de hand der gravin, spoedde zich naar haar kamer, sloeg snel haar mantel 0111 en begaf zich vol moed naar het paviljoen.

Josephine was steeds een welkome gast in de woning van Maria Christina; freule Von Sacken diende haar aan bij de hertogin en bracht het bevel het jonge meisje naar de slaapkamer der doorluchtige vrouw te leiden, daar deze reeds verscheidene dagen door een zwaren hoest verplicht was haar bed te houden. Toch wilde zij Josephine zien, daar freule Von Sacken haar medegedeeld had, dat de kleine een dringend verzoek aan Hare Hoogheid had.

Het onderhoud was veel korter dan Josephine gedacht had; het eenvoudige verhaal der gebeurtenis was voldoende om zoowel de hertogin als freule Von Sacken met het diepste medelijden en de oprechtste deelneming te vervullen; de beide dames hadden wel van de zaak gehoord, doch waren verder niet op hoogte der verschillende kleinigheden: er kwamen immers zoo weinig menschen in de stille, vredige woning.

Maria Christina vond het niet anders dan natuurlijk dat er voor goede verpleging gezorgd moest worden, en freule Von Sacken verklaarde zich bereid met Josephine naar het huis van den minister te rijden, om zich op de hoogte te stellen van den toestand.

In ieder geval zou zij voor den nacht twee verpleegsters bestellen; gedurende den dag konden zij en Josephine de verpleging op zich nemen.

„Zal ik naar het klooster rijden, Uwe Hoogheid?" vroeg freule Von Sacken.

Hare Hoogheid dacht een oogenblik na en zei dan met haar

Sluiten