Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zachte, vriendelijke stem: „De Lehrbachs zijn niet katholiek; misschien zou men dus die keuze ongeschikt of van mijn kant aanmatigend vinden, — de wereld is zoo spoedig geneigd een verkeerde uitlegging te geven ook aan de beste bedoelingen — onder de protestantsche diaconessen zijn eveneens uitstekende verpleegsters. Op mijn verzoek zal de overste zuster Magda gaarne afstaan; haar kunnen wij de verpleging van den minister gerust overlaten."

Dankbaar knielde Josephine naast het bed, boog het blonde hoofdje over de blanke hand der hertogin, kuste tot afscheid de smalle, tengere vingers en begaf zich met freule Von Sacken op weg.

Ten huize van den minister schenen allen hun tegenwoorheid van geest verloren te hebben en verkeerde alles in rep en roer.

De lijfarts van den hertog had zich laten verontschuldigen en zijn jongen assistent naar graaf Lehrbach gezonden, die bleek en roerloos, gelijk een doode, op zijn leger uitgestrekt lag. De ontsteltenis der bedienden was zoo groot geweest, dat zij het niet gewaagd hadden den graaf te ontkleeden; deze droeg dus nog de uniform, waarin hij naar het paleis gereden was, eerst na twee uren had men graaf Günther in de stad gevonden: hij dejeuneerde met eenige zijner kameraden. Bij het droevige bericht was hij doodsbleek geworden, was, zonder een enkel woord te zeggen, opgestaan, had Hattenheim gewenkt en op diens arm geleund de restauratie verlaten.

Den geheelen dag en nacht waakten de beide officieren in gezelschap van den dokter aan het ziekbed van den minister.

Slechts eenmaal had de oude kamerdienaar uit de kamer van den jongen graaf een zonderling lachen gehoord, dat overging in een steunend klagen, waardoor Hattenheims ernstige, geruststellende stem klonk.

Daarna was alles stil geworden; en toen hij later de lamp in de kamer bracht, zat graaf Günther voor de tafel en liet het hoofd op zijn armen rusten; waarschijnlijk was hij inge-

Sluiten