Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn hoofd kunnen noemen, en de landerijen staan op het oogenblik zoo laag, dat wij er met moeite een goeden prijs voor zullen kunnen maken."

Een oogenblik zagen Ganzen-Lizes donkerblauwe oogen hem onverschillig aan. „Ik zal Lehrbach koopen, Von Hattenheim !" zei ze kort.

„Gij?" Niettegenstaande zijn verdriet moest Reimar lachen. „Wilt ge Grosz-Stauffen onder den hamer brengen om een gedeelte van Lehrbach in uw bezit te krijgen? Wat zijt ge toch goed! Uw aanbod zal voor Günther van meer waarde zijn, dan al het goud, dat een ander kooper hem ooit voor het bezit van Lehrbach zal aanbieden!"

„Ge houdt mij voor arm?" Ook over het gezicht van het jonge meisje vloog een schalksch lachje.

Reimar voelde zich door die vraag zeer in verlegenheid gebracht. „Ik houd u ten minste niet voor rijk genoeg om een goed als Lehrbach te kunnen koopen!" zeide hij, als wilde hij zich verontschuldigen.

Josephine haalde een brief uit haar zak en zeide: „Lees!"

Een oogenblik zag Hattenheim haar verwonderd en besluiteloos aan, dan vouwde hij het schrijven van tante Renate open, boog zich dichter naar het venster en doorlas den inhoud. Aan het slot gekomen liet hij zijn hand en den brief zinken en staarde het jonge meisje stom van verbazing aan.

„Nu," riep Josephine bijna vroolijk uit, „heeft Ganzen-Lize niet even veel geld als hooi? En is het niet een geluk voor Grosz-Stauffen, dat zijn eigenares een armen luitenant kan trouwen ?"

„Dat is zeker een verrassing, waarvan ik niet gedroomd had!" Reimar zag er eerder verbluft dan verheugd uit. „En het zou voor Günther een buitengewoon geluk zijn, indien uw oom wou overgaan tot den koop van het goed. Kennen nog anderen behalve gij zelve den inhoud van den brief?"

„Behalve de familie Lattdorf, niemand; eerst voor weinige dagen ontving ik dit schrijven. Maar waarom vraagt ge dat?"

Sluiten