Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den vorigen avond had hij een onderhoud gehad met Ange Lattdorf, die plotseling een afgrond voor zijn oogen geopend had, welks diepte hem deed duizelen. Welk eene vreeselijke verdenking had wortel geschoten in dat meisjeshart? Hem had zij haar argwaan toevertrouwd; haar bleek gezichtje had hem getoond, hoezeer zij leed onder haar eigen woorden, hoe onbarmhartig zij haar hart martelde.

Baron d'Ouchy! dien algemeen geachten, geprezen man verdacht zij? Geen sterveling in de geheele residentie zou ooit op die gedachte komen, — en toch lag er veel waarschijnlijkheid in de manier, waarop Ange haar vermoeden rechtvaardigde.

Ook Josephine had zij tot haar vertrouwde gemaakt en haar daardoor in de grootste opgewondenheid gebracht. Hartstochtelijk zocht zij een nieuwen leiddraad, die eenige opheldering zou kunnen brengen; plotseling herinnerde zij zich verschillende gezegden van den jongen man, die de verdenking op hem zouden kunnen werpen; en toch berustte alles slechts op een los vermoeden.

Waarom kon d'Ouchy niet in werkelijkheid geërfd hebben?

Waarom zouden de dood van zijn oom, zijn plotselinge reis, de toespelingen op de verbetering van zijn financiëelen toestand slechts gefingeerd zijn? Daarvoor ontbraken toch de bewijzen!

Hoe belachelijk Hattenheim de verdenking ook toescheen, toch beloofde hij in het geheim een onderzoek te laten doen.

Het trof gelukkig, dat de Fransche gouvernante van zijne eenige zuster uit Bretagne geboortig was en deze zich na het huwelijk der laatste weder naar haar land begeven had. Hattenheim beloofde direct zijn zuster te schrijven om het adres van die dame; men kon niet weten, van welk nut dit nog zou kunnen zijn.

Al deze gedachten gingen hem door het hoofd en daarbij voegde zich het verdriet wegens het op morgen vastgestelde vertrek van zijn vriend. Doffe schreden wekten hem uit zijn

Sluiten