Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reimar knikte bevestigend. .De pacht van Hattenheim en Laubsdorf vervalt het volgend jaar. Ik zal dan trachten mijn eigen goederen te beheeren. Geloof mij, Ange, mij zal de eenzaamheid zwaarder drukken dan jou, die zooveel afleiding hebt in het verkeer met de wereld; geheel alleen zal ik het oude, sombere slot bewonen, en de brieven van mijn ver verwijderde vrienden zullen mijn eenig genot, mijn eenige troost zijn. Maar beter zóó, dan te midden van dit bonte gewoel een leven te slijten als van een kluizenaar. Ik ben een zonderling wezen, ik voel mij hier niet gelukkig, ik hoor niet onder die menschen en zal ook door niemand gemist

worden." „

„Toch wel, Reimar! Ik zal eiken dag je gemis voelen. Ange stak hem hartelijk de kleine hand toe, „en eerst als je niet meer bij ons bent, zal ik inzien, welk een trouw vriend

je voor mij waart!" .

„Ja, Ange, — een trouw, een oprecht vriend!" stamelde hij, terwijl een' donkere gloed zijn slapen bedekte, en onwillekeurig vloog zijn blik naar de schrijftafel ... Het dagboek lag er echter niet meer; sedert dien avond van het bal had hij het niet weergezien. Daarop bracht hij het gesprek op d'Ouchy en deelde Ange mede, dat zijn navorschingen nog helaas tot geen resultaat geleid hadden.

Werkelijk was de oom van den jongen diplomaat in Bretagne overleden, ofschoon deze zoo eenvoudig geleefd had, dat men nauwelijks geloof kon hechten aan het nalaten van een groote erfenis: evenwel zou het niet de eerste maal zijn, dat een gierigaard zich veroordeelde tot een bekrompen leven om daardoor zijn rijkdom nog te vermeerderen.

Ange hoorde met neergeslagen oogen deze woorden aan. „Ik moet bekennen, dat mijn geloof omtrent een opheldering in die treurige zaak zeer aan het wankelen is gebracht. Wanneer d'Ouchy er in betrokken is, houd ik hem voor veel te slim om zich niet van alle kanten gedekt te hebben. Ik ben benieuwd, of hij zich spoedig aan Josephine déclareeren zal-, zijn houding tegenover haar laat daaromtrent geen twijfel.

Sluiten