Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ge weet, freule, dat het in gezelschap onmogelijk is over particuliere zaken te spreken, — en het hoofddoel van mijn bezoek is u alleen te zien. Ik had u niet voor zoo wreed gehouden mij zoo lang in onzekerheid te laten; want ik mag aannemen, dat na ons onderhoud in den wintertuin u de reden van mijn bezoek niet onbekend is?"

Een plotselinge angst overviel het jonge meisje: waarom kwelde hij haar met de herinnering daaraan ?"

„In den wintertuin spraken wij over draken en het moderne spook, dat men goud noemt," sprak zij met een gedwongen lachje. „Ik herinner mij zeer goed, dat gij den kamp met het noodlot ondernemen wildet .... Volgens u was de weg tot het geluk geplaveid met goud, en indien ik eenigen aanleg bezit om een gevolgtrekking te maken, kan de reden aan uw bezoek geen andere zijn, dan mij den triumf mede te deelen, dien gij behaaldet; want zooals ik gehoord heb, zijt ge als een rijk man teruggekomen uit Bretagne."

„Dat is zoo. Freule, neemt ge er geen deel in, dat mij, zoo plotseling de gouden poorten tot het geluk geopend zijn?"

„Zeker, ik wensch u van harte geluk en verwonder mij slechts, dat ge nog voor korten tijd de toekomst zoo somber inzaagt. Waarom hebt gij steeds het bestaan van dien rijken oom verborgen gehouden. Het bewustzijn eenmaal zijn erfgenaam te zullen worden heeft u toch steeds met hoop moeten vervullen?"

Eensklaps kreeg d'Ouchy's gelaat een strakke, zonderlinge uitdrukking; hij boog zich dichter naar haar toe en dempte zijn stem.

„Veroorlooft ge mij, dat ik u mijn geheele vertrouwen schenk? Wat nooit een sterveling te weten zal komen, wat ik als mijn (diepste geheim beschouw, zal ik u mededeelen als bewijs van mijn genegenheid."

Verschrikt hief Josephine het hoofd op en bleef hem met ingehouden adem aanstaren. D'Ouchy ging fluisterend voort: „Die oom in Bretagne was niet iemand, die mij schatten kon nalaten; ik wist, dat ik slechts een klein, onbeduidend

Sluiten