Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lossing der pijnlijke zaak; de residentie zou hem met open armen ontvangen.

Giinther beantwoordde dien brief met een dankbaar schrijven; hij wees echter de uitnoodiging om terug te keeren van de hand, daar hij met hart en ziel aan zijn studiën was gehecht en zijn leeraar en meester de beste verwachtingen had van zijn talent. Hij hield het dus voor zijn plicht voort te gaan op den eenmaal ingeslagen weg en te trachten de lauweren te verwerven, welke hij dan hoopte te kunnen nederleggen aan de voeten van zijn vorstelijke Hoogheid.

In denzelfden geest was de brief geschreven, dien Hattenheini ontving.

„Ik wil mij in het vervolg niet verlaten op het geluk, maar op eigen kracht, mijn beste Reimar," — zoo schreef hij „en hoop dan zekerder grond onder mijn voeten te hebben dan vroeger, toen ik mij blindelings liet leiden door het toeval, dat mij bedreigde met een doodelijken val, zoo spoedig de godin Fortuna mij haar hand onttrok. Ik wil ook mijn goeden vrienden (?) in de residentie toonen, dat het cirque nog niet „Lehrbachs laatste toevlucht" behoeft te zijn. Op het oogenblik ben ik bezig met een groote schets, een studie van een schilderij voor de tentoonstelling. Professor P. vond de methode van mijn vroegeren onderwijzer uitstekend en verraste mij dezer dagen met de loffelijke critiek, dat mijn werk reeds ver het middelmatige overschrijdt. In Juli en Augustus begint de vacantie; dan houdt niets mij hier en ik vlieg naar je toe, mijn trouwe goede Reimar, en onthef je van alle lasten en zorgen, waarmee ik je breede schouders belaadde. De hemel zij geprezen, dat d'Ouchy zoo verstandig geweest is het geld niet voor zijn dood te verkwisten! Nu kan ik met een gerust geweten mijn geliefd Lehrbach terugkoopen. Ik had nooit geloofd, dat ik voor dat oude kraaiennest zoo'n zwak zou hebben; maar ik verzeker je, dat de gedachte, Lehrbach te moeten verliezen, mij veel gekost heeft."

Een gelukkig lachje vloog over Reimars eerlijk gelaat, ter-

Sluiten