Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ach, gravin, hebt ge het dan al gehoord?" riep Lotte weeklagend. „Die roode vlek doet mij er aan denken — Foei... ik kan het niet zien!' en vol afgrijzen hield zij haar

hand voor de oogen.

Ange zag haar verwonderd aan. „Wat is er dan gebeurd.

Wat moet ik weten ?"

„Ach, gravin... baron d'Ouchy... Het is afschuwelijk!

Welk een ongeluk!"

„Baron d'Ouchy? - Wat is hem overkomen?' was de

nauw verstaanbare vraag.

„Doodgeschoten heeft hij zich... Zij hebben zijn lijk gevonden in zijn kamer... Niemand weet waarom

Anges gelaat werd bleek gelijk dat van een doode; afwerend hief ze de handen in de hoogte.

„Mijnheer Von Hattenheim is zoo even gekomen om het aan de gravin te vertellen; ik moest u juist roepen.

„Water, water!" klonk het als een angstkreet van Anges

lippen.

„Ja . . . ja . . . direct, ik zal een doek medebrengen om het na te vegen!" En verschrikt over het ruwe bevel harer anders zoo vriendelijke meesteres, ijlde Lotte heen; zij zag niet, hoe Ange de handen op haar borst drukte, hoe ze nog wankelend eenige schreden naar de deur deed en daar bewusteloos nederviel.

Toen Lotte weder terugkeerde, deinsde zij met een kreet van ontzetting achteruit, wierp zich daarna geheel buiten zichzelve naast de verstijfde gestalte van Ange en bracht door haar luid hulpgeschrei het geheele huis in de grootste opschudding.

Reimars sterke armen brachten de bewustelooze naar de aangrenzende kamer om daar de bleeke, teedere last behoedzaam neder te leggen. Na eenige oogenblikken, die allen een ondragelijke, lange eeuwigheid schenen, keerde de blos op haar wangen terug; zij sloeg de donkere wimpers op, en haar eerste blik viel op Reimars angstig gelaat, die naast haar nederknielde en haar koude handen in de zijne hield.

Sluiten