Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een kreet van angst drong uit haar borst, onstuimig klemde ze zich aan Hattenheim vast. „Laat hem niet binnenkomen, Reimar: sluit de deur... Hoort ge niet... daar komt hij ... nader en nader . . . Almachtige God . . . ik . . ."

Luid snikkend boog zich de grootmeesteres over haar kind en drukte het van koorts gloeiende gelaat aan haar borst.

Eenige minuten later hield het rijtuig van den dokter stil voor Villa Carolina.

* *

*

Ange Lattdorf was aangetast door een zware zenuwkoorts. Weken lang had de hofmaarschalk in namenloozen angst gewaakt aan het ziekbed van zijn dochter; zij dulde niemand dan hem bij zich en noemde hem steeds Reimar.

Nu echter had de ziekte een keer genomen en nam het jonge meisje in beterschap toe; op bevel van den dokter zou zij reeds in het begin van Juni de reis naar Grosz-Stauffen maken, waar Josephine haar met het grootste ongeduld wachtte. De vriendelijke lentezon scheen in de balkonkamer der Villa Carolina, haar lachende stralen tooverden een gouden glans op de bloeiende planten in de bloementafel, waarnaast een gemakkelijke stoel geschoven was, in welks zachte kussens Ange geleund lag Zij zag nog zeer bleek, doch haar oog had weder den ouden glans, den rustigen, vriendelijken blik, die een ieder steeds zoo weldadig aandeed.

Behalve verscheidene bezoeken der hertogin Maria Christina, die vaak in eigen persoon aan het ziekbed van het jonge meisje getreden was, had Ange nog geen enkele visite ontvangen. Slechts Von Hattenheim liep dagelijks uit en in, en de talrijke bouquetten sneeuwklokjes, violen en primula's welke hun geuren verspreidden in alle hoeken en hoekjes van Anges kamer vertegenwoordigden zijn morgengroet, waarmee hij dagelijks in alle vroegte informeeren liet naar den toestand van zijn nicht. Ange verwachtte hem steeds met ongeduld. In de behagelijke stille, rustige uren van haar her-

Sluiten