Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tap, tap, tap, ging het dan in de dikke schoenen over het voorplein en door den tuin, terwijl haar vlechten los en achteloos over haar rug hingen, en zij met het kleine volkje van den dominee bloemen zocht of verstoppertje speelde.

Dan werd het den goeden Hattenheim angstig om het hart, en verlegen wendde hij het hoofd af, als waren zijne gedachten omtrent Ange op zijn gelaat te lezen. Wat was het dan, dat zijn hart zoo snel, zoo wonderlijk deed kloppen? Juist hetzelfde, wat hij gevoeld had bij den eersten aanblik van Josephine; het eenvoudige, onschuldige, natuurlijke in haar wezen, dat voor hem het ideaal was van een vrouw.

Ange was niet half zoo mooi meer als zij in de residentie -reweest was, geen spoor der vroegere salondame was achtergebleven en warme, donkere rozen bloeiden op de wangen der „blonde schoone"; doch het scheen Reimar, als had een wonder hem de oogen geopend, dat hem Ange lieftalliger, beminnelijker en aanvalliger deed vinden dan ooit te voren. Josephine daarentegen geleek den vlinder, welke de bonte pracht der eenmaal ontplooide vleugels niet weder verbergen kan in een donker omhulsel. Zij kleedde zich modern en met zeer veel smaak en bleef in elk harer bewegingen, in elk toilet steeds de vertegenwoordigster der groote wereld.

„Het is beter zoo!" zei Reimar vaak tot zichzelf. „Voor Günther past het niet anders; hij heeft een te verfijnden, artistieken smaak: in zijn oog zouden de katoenen jurken een gruwel zijn!"

Zoo was het rijtuig het Lehrbachsche park binnengereden en bracht, gelijk meest eiken avond, een deel van de bedrijvigheid op Stauffen voor enkele uren over in de stilte en eenzaamheid.

In den aanvang had men het den wildzangen ernstig op het hart gedrukt om in het bijzijn van den ouden zieken minister niet al te luidruchtig blijken van hun belangstelling en tegenwoordigheid te geven; en gehoorzaam hadden de kleinen dien wenk gevolgd, want het bleeke, strakke gelaat had hun jonge zieltjes met angst en verlegenheid vervuld.

Sluiten