Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen echter de minister langzamerhand in beterschap toenam en zich weer krachtig genoeg gevoelde om zich met hen bezig te houden, smolt het ijs van hun bevangenheid en kwam de oude dartele vrijmoedigheid weer boven, en een wedstrijd begon onder hen om „den lieven, grijzen heer" hun genegenheid te toonen en bezig te houden.

Ook heden zag de minister zich spoedig omringd door zijn getrouwen. Tante Renate en Ange begroetten hem slechts even in het voorbijgaan, daar de barones volgens haar gewoonte eiken avond de huishouding op Lehrbach aan een onderzoek onderwierp om zich te overtuigen, „dat het den armen, ouden stumper aan niets ontbrak."

De huishoudster was wel een voortreffelijke, door de barones zelve aanbevolene vrouw, maar tegenwoordig kon men helaas niemand vertrouwen; en Phine was een lief, goed kind en had veel aanleg om zieken te verplegen, maar een oog

houden over keuken en kelder, neen, daarvan verstond zij de kunst niet." Dat was tante Renate altijd een doorn in het oog geweest.

„Ziet ge, vandaag heb ik wat frambozengelei voor u medegebracht," sprak ze met een vriendelijk knikje tot den herstellende en lichtte het witte servet op, waarmee de mand overdekt was. „Ja, die zal u wel smaken! — Ange, laat de boter eens zien ... Hum... een beetje week geworden; dat komt door die afschuwelijke hitte in dat nauwe rijtuig! We moeten ze maar direct in koud water zetten ... Ziet ze er anders niet prachtig uit, Excellentie ? En

wie, denkt u, dat haar gemaakt heeft? Hier dat juffertje, onze Ange! Zie je Phine, zoo mag ik het hebben!"

Sluiten