Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat; Reimar zag echter overgelukkig op haar neer, sloeg stoutmoedig zijn arm om haar heen en trok haar aan zijn borst.

„Ange," sprak hij met al de innigheid, die in zijn goedige stem lag, „ben je boos op oom Bernd, omdat hij beter in onze harten gelezen heeft dan wij zelf?'

Daarop hief zij het hoofdje met een van tranen vochtigen blik op, sloeg haar arm om zijn hals en fluisterde: „Neen, want ik heb je lief, innig lief!"

Toen beiden na korten tijd arm in arm terugkeerden naar het kasteel, hingen Reimars bloemen geknakt en verdrukt op Anges borst, maar toch sloot zij ze zorgvuldig weg en bewaarde ze als een aandenken aan den schoonen zomermorgen, waarop Hattenheim haar het geheim der liefde openbaarde.

* *

*

Toen de herfstwind door de kale boomtoppen streek en de gele bladeren deed opwaaien, toen de zwaluwen afscheid namen van den ouden grijzen Stauffenschen slottoren en hem het oude, en toch altijd nieuwe lied van scheiden en wederzien toezongen, klonk van de dorpskerk een wonderlijk gelui, zoo vol en machtig, zoo jubelend en weemoedig te gelijk, als wilden de klokken ook met haar ijzeren tongen een danklied opzenden ten hemel.

De godin Liefde had de rozen in Lehrbach en Grosz-Stauffen afgebroken en die gestrooid op het pad van een overge lukkig bruidspaar; zacht had zij den krans van myrthen gedrukt op de blonde lokken van Josephine. Met een zonnig lachje zag Haideroslein op naar den wilden knaap, die eenmaal de teere bloem gebroken had, doch die nu, na strijden en lijden, als een ernstig, beproefd man terugkwam om haar met zijn krachtigen arm te steunen en haar voor eeuwig de zekere rustplaats aan zijn hart te bieden.

Zacht ruischte de witte zijde van de hooge steenen trap van hel kasteel. Een kleine kring van vrienden had zich op

Sluiten