Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij met veerkrachtigen tred het Tepidarium betrad, mogen de Goden u niets dan goeds schenken."

„Welkom in Rome, waar ge welverdiende rust /uit vinden na de vermoeienissen van den krijg," antwoordde Petronius, terwijl hij hem uit het zachte mousselinen kleed zijn hand toestak.

„Brengt ge nieuws mee?" vroeg hij hem.

Vinicius begon nu van den oorlog te vertellen, maar Petronius sloot weer de oogen en de jongeling, die nu eerst de vermoeide en verouderde trekken van zijn oom opmerkte, liet dit verhaal in den steek en vroeg of Petronius niet goed was.

Neen, heel wel gevoelde hij zich niet, maar hij sprak er liever nist over en vroeg Vinicius hem van zijne omstandigheden te vertellen.

„Dat wil ik doen," antwoordde deze. „De pijlen der Parthen hebben mij niet getroffen, maar wel Amor's pijl, — geheel onverwacht en wel slechts op eenigen afstand van Rome's poorten."

„Bij de blanke knieën der Gratiën, daar moeten we eens over praten."

„Ik kwam juist hier om u raad te vragen," antwoordde Vinicius.

Op dit oogenblik verschenen de badknechten om Petronius te helpen en op zijn verzoek ontdeed ook Vinicius zich var. zijne tunika en daalde neer in het lauw-warme bad.

„O, ik vergat nog te vragen of je liefde beantwoord wordt?'" zei Petronius met een blik op het jeugdige lichaam van zijn neef, dat als uit marmer gehouwen leek.

I' idat zij gebaad hadden begaven zij zich in het Frigidarium (koelkamer), waar in het midden een fontein van rosekleurig marmer stond, waaruit de geur van viooltjes opsteeg. Zij zetten zich neer in met fluweel bekleede nissen, ter afkoeling, en begaven zich daarna naar het Unctuarium. (zalfkamer), waar wonderschoone slavinnen hen opwachtten. Twee Afrikaansche slavinnen, als uit ebbenhout gehouwen, begonnen hunne lichamen met kostbare zalf uit Afrika te zalven; knappe haarbewerksters uit Phrygië,x) wier lenigheid (aan slangen deed denken, hielden kammen en spiegels van (gepolijst staal in de handen; twee Grieksche meisjes uit Kos, «choon als godinnen, wachtten als „vouwsters" op het oogen

') Landstreek in Klein-Azië,

Sluiten