Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dom naar Rome gelokt had; Serapis'1)priesters met palmtakken in de handen, priesters van His,2) wier altaar meer offers ontving dan dat in den tempel van Jupiter, priesters van Cybele,3) gouden korenaren dragende, Oostersche dansers, (kooplieden met amuletten, slangenbezweerders en waarzeggers uit Chaldea, alles bewoog zich door elkaar heen, naast en met de arbeid-schuwenden, die elke week aan de pakhuizen langs den Tiber om koren vroegen, om de circusbiljetten vochten, de nachten door brachten in de bouwvallen der huizen aan den overkant der rivier en overdag altijd te vinden waren voor de huizen der rijken, waar hun af en toe de klieken van de tafels der slaven werden toegeworpen.

Petronius was bij deze lieden goed bekend. Markus hoorde steeds Hic est — daar is hij — roepen. Petronius was bemind wegens zijne vrijgevigheid; toch verheugde hij zich al eerder in eene zekere populariteit, sedert hij zich tegen 's keizers vonnis verzet had, die eene gansche „Familia," — alle slaven te zamen — van den prefect Pedanius Secundus, zonder onderscheid des persoons of geslachls wilde laten dooden, omdat een hunner in een oogenblik van vertwijfeling dat monster, den prefect, gedood had. Petronius zelf verklaarde echter telkens, dat hij met Nero slechts als arbiter elegantiarum gesproken had, wiens schoonheidszin door zulk eene slachting beleedigd werd. Niettemin was hij van toen af een populair man. Toch was hem die gunst onverschillig; hij vergat niet. dat het volk ook Britannicus had liefgehad, dien Nero had laten vergiftigen, evenals Agrippina,4) die op Nero's bevel gedood werd, en als Octavia, die men op Pandataria, het verbanningsoord, in heeten damp liet stikken, nadat haar eerst de aderen waren geopend; als Rubellius Plautus, die verbannen was en als Thrasea, die eiken dag den dood kon verwachten. Volksgunst kon dus eerder als een slecht voorteeken beschouwd worden, en de twijfelende Petronius was bijgeloovig

Uit twee oogpunten beschouwde hij de menigte: als aristocraat en als vernuftige geest. Lieden, die naar geroosterde boonen riekten, die zij op de borst bij zich droegen, lieden, die altijd heesch en bezweet waren van het Mora-spelen op de straat

*) Egyptische godheid. !) Heilige ooievaar. •) Phrvgische godin. N'ero's moeder.

Sluiten