Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breken twee voortanden, die een Brit mij met een steenworp uitgooide. Daarom lispel ik bij 't praten. Niettemin heb ik den schoonsten tijd mijns levens in Brittannië doorgebracht."

„Omdat 't een triomftijd was," zei Vinicius.

Petronius vreesde, dat de oude veldheer van zijne vroegere krijgsbedrijvei' zou beginnen te vertellen en ging laarom op een ander thema over.

„In de nabijheid van Prienestes,"*) zei hij, „vonden landlieden een dooden jongen wolf met twee koppen; en bijna gelijktijdig werd gedurende een onweer een deel van den Lunatempel door den bliksem verwoest, iets ongehoords in den na herfst. Een zekere Cotta, die deze berichten bracht, voegde er bij, dat de priesters van den tempel den ondergang van Rome, of minstens den val van een machtig huis voorspelden — eene castastrofe, die slechts door buitengewone offers afgewend zou kunnen worden."

Aulus Plautius sprak de meening uit, dat zulke voorteekenen niet genegeerd mochten worden en dat de goden misschien vertoornd waren over de groote goddeloosheid. Dat zou verklaarbaar zijn en in zoo'n geval waren zoenoffers noodig.

„Uw huis, Plautius, is niet te groot," antwoordde Petronius, „ofschoon er een groot man in woont, 't Mijne is veel te groot voor deü booswicht wiens eigendom het is. Maar als er iets groots, bijvoorbeeld ons vorstenhuis op 't spel stond, zou 't ons dan wel veel offers waard zijn om zijn val te verhoeden?"

Plautius zweeg op deze vraag, eene voorzichtigheid, die Petronius onaangenaam aandeed; want trots zijne ongeschiktheid orn goed van kwaad te onderscheiden, had hij zich nooit tot de rol van verklikker verlaagd. Hij veranderde daarom van onderwerp door Aulus' woning en den goeden smaak waarmee deze was ingericht, te gaan prijzen.

,,'tls eene oude familiebezitting," zei Plautius, „sedert ik1 haar als erfgenaam in bezit heb genomen, is er niets aam veranderd."

Het gordijn tusschen het Atrium en het Tablinum werd weggeschoven, het huis was nu van het eene eind tot 't andere zichtbaar, zoodat de blik kon gaan door het Tab!inum„ het daaraan grenzende Peristyl2) en de daarnaast gelegen

l) Stad in Italië.

1) ten met zuilen omgeven open ruimte.

Sluiten