Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit liefdesmart voor Berenice bijna gestorven was. Zoo zou ook ik kunnen liefhebben, o, Lygia! Macht, roem, rijkdom, alles is slechts schijn! De rijke vindt iemand, die nog rijker is, de beroemde wordt door een nog meer beroemden overschaduwd, de sterke wordt door den sterkeren verslagen. Kan daarentegen Caesar zelfs, ja, kan een God grooter geluk ondervinden of gelukkiger zijn dan de eenvoudige sterveling, op het ocgenblik. waarin een innig geliefd hart het zijne warm tegemoet slaat, waarin hij dierbare lippen kust? Daarom maakt de liefde ons den goden gelijk, o, Lygia!"

Verschrikt en verward en toch weer of zij den klank eener Grieksche fluit of eener gitaar vernam, luisterde Lygia toe. iN'u eens leek het haar alsof Vinicius een wondervol lied zong, welks tonen hare zinnen bedwelmden, haar bloed sneller deed vloeien en haar hart met bangheid, maar ook met ongekende vreugde vervulde. Dan weer voelde zij, dat Vinicius van iets sprak, dat reeds lang in haar geleefd had, waarvan zij zich geen rekenschap had gegeven, dat tot nu toe gesluimerd had, dat in dit oogenblik een vaag droombeeld eene heldere, duidelijke gestalte had aangenomen.

De avond begon reeds te vallen. Als uit den slaap ontwakend hief Lygia de oogen tot Vinicius op, en terwijl hij zich tot haar overboog met eene stomme bede in zijne oogen, kwam hij haar plotseling, in den glans van het avondrood schooner voor dan alle andere menschen, schooner nog dan de goden der Romeinen en Grieken, wier standbeelden zij in de tempelgevels gezien had. Zijne vingers omsloten haar pols en hij vroeg:

„Kunt ge niet raden wat ik u wil zeggen?"

„Neen." fluisterde zij zoo zacht, dat Vinicius 't nauwelijks hooren kon

Doch hij geloofde haar niet, maar trok haar nader tot zich en zou haar met hartstochtelijke woorden in zijne armen gesloten hebben, als niet Aulus Plautius juist op het tuinpad /erschenen was.

„De zon gaat onder, hoedt u voor de avondkoelte en spot niet met Libitina." x)

„O, neen," antwoordde Vinicius, „ik heb mijne toga nog niet. weer aangetrokken en ik voel toch de koude nog niet."

„Maar zie dan eens, meer dan de helft der zonneschijf i's reeds achter den heuvel verdwenen. Dan is mij het klimaat

') Lijkgodin,

Sluiten