Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen daarom de centurio den hamer op de deur liet vallen en de atriensis het bezoek van soldaten meldde, was t geheele huis met schrik vervuld. Alle bewoners omringden den veldheer, wei wetend, dat vóór allen hij in gevaar was. 1'omponia hing aan zijn hals en hield hem vast omklemd, terwijl hare verbleekte lippen haastige woorden fluisterden. Lygia, bleek als de dood, kuste zijne hand en de knaap klemde zich aan zijne toga vast. Uit de gangen, uit de dienstbodenvertrekken, uit de badkamer en van overal kwamen de slaven aangeloopen met den roep: ,,Heu! heu me miserum! x) Het vrouwelijk personeel begon te weenen, velen krabden zich de wangen open, anderen hulden hunne hoofden in doeken.

Slechts één bleef rustig: de veldheer, gewoon den dood onder de oogen te zien. Zijn ineengedrongen gezicht stond strak en kalm. Nadat hij aan 't lawaai een eind gemaakt en de slaven bevolen had zich te verwijderen, zei liij:

„Laat mij, Pomponia; als dit mijn dood beteckent, dan zullen wij toch zeker nog tijd tot afscheid nemen krijgen.

Daarmede drong hij haar zacht ter zijde. Zij echter antwoordde:

„God geve, dat ik uw lot mag deelen, mijn Aulus!"

Toen viel zij op de knieën en begon te bidden met zulk een vuur, als de angst voor 't verlies van een dierbare slechts geven kan.

Aulus trad het Atrium binnen, waar de centurio op hem wachtte. 'tWas de oude Cajus Hasta, zijn onderhoorige en metgezel in den oorlog tegen de Britten.

„Wees gegroet, mijn veldheer," zei hij, „ik breng u een groet en een bevel van den keizer. Hier is een brief met zegel, die mij wettigt."

„Ik dank den keizer voor zijn groet en zal het bevel gehoorzamen,' antwoordde Aulus. „Wees welkom, Hasta, en zeg mij het bevel."

„Aulus Plautius." begon de centurio, ,,de keizer heeft vernomen, dal in uw huis de dochter van den koning der Lvgiërs woont, die deze tijdens de regeering van den goddelijken Claudius in de handen der Romeinen gaf, als pand voor de onschendbaarheid van onze rijksgrenzen. De goddelijke Nero dankt u, mijn veldheer, voor de jarenlange gastvrijheid, die gij haar hebt bewezen, maar daar hij u toch niet langer wil lastig vallen en in aanmerking neemt, dat het meisje in

:) Hoe jammerlijkJ

Sluiten