Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Edele Annams," sprak hij, „ik ken de soort van dankbaarheid, waarmee Nero u beloont voor de zorgen, die gij aan zijne jeugd hebt gewijd. Maar de bewerker van Lvgia s ontvoering is Petronius. Geef mij een middel tegen hem, zeg mij voor welken invloed hij zal bezwijken en beproef bo\ endien nog al uwe welbespraaktheid, die uwe jarenlange vriendschap voer mij u zal ingeven."

„Toch weet ik geen middel tegen hem," antwoordde Seneca, „hij bezwijkt voor geen enkelen invloed. Trots al zijne verdorvenheid is hij misschien nog meer waard, dan al de schui ken te zameii, door wie Nero omgeven is. Maar hem te overtuigen dat hij kwaad gedaan heeft, dat is maar tijd verspillen. Petronius heeft reeds lang de gave verloren goed van kwaad te onderscheiden. Overtuig hem, -dat zijne handelwijze leelijk is, dan zal hij zich zeker schamen. Als ik hem zie zal ik tot hem zeggen: „Uwe handelwijze is die van een vrijgo"atene " Als dat niet helpt, dan helpt niets."

„Ik dank u," was 't antwoord van den veldheer.

Daarna liet hij zich 11'aar Markus Vinicius dragen, dien hij bezig vond met schermen. Woedende toorn greep Aulus aan, toen hij den jongen man zich rustig zag oefenen, terwij Lvgia ontvoerd werd. Het gordijn was dan ook nauwelijks achter den schermmeester gevallen, of zijn toorn uitte zich in een vloed van bittere verwenschingen en aanklachten. Maar Vinicius had nainvelijks Lygia's ontvoering vernomen, of hij werd zoo lijkbleek, dat Aulus hen niet langer voor medeschuldige kon houden. Het voorhoofd van den jongen man was met klam zweet bedekt; zijn bloed, dat een oogenblik naar zijn hart was teruggestroomd, vloeide weer met hevige snelheid naar zijne wangen; zijne oogen vlamden, zijn mond stiet onsamenhangende klanken uit. IJver zucht en woede raasden in zijn binnenste, t Scheen hem toe, dat Lvgia voor eeuwig voor hem verloren zou zijn, als zij eenmaal den drempel van het keizerlijk paleis had overschreden. Toen Plautius den naam van Petronius genoemd had, schoot 't hem bliksemsnel door de gedachte, dat Petronius met hem kon gespeeld hebben, om öf door het meisje aan Nero te schenken zich nieuwe gunsten te verwerven, óf haar voor zichzelf te behouden. Dat iemand, die Lygia g' ■ zien had, haar dadelijk zou wenschen te bezitten, stonu voor hem vast. Een woedende drift, t erfdeel zijner familie, maakte hem tot een wild dier en beroofde hein van ieder overleg.

Sluiten