Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

De hoogstgeplaatsten van Rome hadden zich eens voor Actea gebogen, toen zij nog Nero's geliefde was. Toen reeds toonde zij weinig lust zich met staatszaken in te laten en wanneer zij ooit haar invloed op den jongen heerscher deed gelden, gebeurde 't alleen om genade voor iemand te vragen.

Rustig en eenvoudig zooals zij was, won zij de dankbaarheid van veleri, terwijl zij geen enkelen vijand had. Zelfs Octavia kon haar niet haten. Men wist, dat zij voort bleef gaan, ÏNero trouwe liefde toe te dragen, die niet leefde van hoop, maar van de herinnering aan de dagen, toen deze INero nog jonger en beter was. 'tWas bekend, dat zij hare ziel en gedachten niet van deze herinneringen kon los rukken, maar ook dat zij geen hoop meer voedde. Daar elke vrees was uitgesloten, dat Nero tot haar zou terugkeeren, beschouwde men haar als geheel ongevaarlijk en men liet haar met rust. Poppea beschouwde haar alleen als een stille gedienstige, die zoo onschadelijk was, dat zij niet eens beproefde haar uit het paleis te verwijderen.

Daar de keizer haar eens bemind had en haar zonder goweid veeleer op eene zekere vriendelijke manier op zij had geschoven, werd zij nog altijd met eenigen eerbied behande'i. Nero liet haar in zijn paleis blijven en wees haar hare eigene vertrekken en bedienden aan. Zelfs werd zy at en toe nog aan tafel genoodigd. Dit geschiedde misschien daarom, omdat hare schoonheid de tafel sierde; want wat de keuze van zijn tafelgezelschap betrof, had Nero reeds lans opgehouden met den schijn rekening te houden.

Aan zijne tafel zaten lieden van eiken rang en stand. Senatoren waren er, hoofdzakelijk zulke, die zelfs gaarne de rol van hofnar vervulden. Patriciërs namen deel, jonge en oude, die begeerig waren naar eten en drinken. Ook vrouwen van de hoogste standen kwamen er, die zich dikwijls alles behalve hun stand waardig toonden. Verder waren er ook hooggeplaatste ambtenaren en priesters, bereid bij een vollen beker hunne goden af te zweren. Bovendien was er nog een heels stoet van zangers, comedianten, muzikanten, dansers en danseressen verzameld, onbeduidende dichters, die, terwijl zij voordroegen, aan 't geld dachten, dat zij zouden krijgeii als zij Nero's verzen prezen. Hongerige philosophen

Sluiten