Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geren eri niel aan het feestmaal te verschijnen. Nu eens hadden angst en schrik de overhand, dan weer overwon de wensch,_ moedig alles te verdragen tot den dood toe. Haar goddelijke leermeester had immers geboden zoo te handelen. Door Pomponia wist zij, dat zulk eene beproeving de vurige wensch der Christenen was en zij zelve had dikwijls, toen zij nog bij Aulus was, in oogenblikken van geestdrift denzelfden wensch geuit, waarbij zij zich als een martelares voorstelde, met wonden aan handen en voeten, wit als sneeuw, bovenaardsch schoon en door even schoone engelen naar den lichtenden hemel omhoog gedragen — een visioen, waarin hare fantasie vee) behagen schiep.

Er was veel kinderlijke verbeelding, doch ook eene zekere mate van zelfingenomenheid in die voorstelling en daarom berispte Pomponia haar daarover. Nu echter, nu verzet tegen 's keizers wil eene vreeselijke straf na zich zou sleepen en het gedroomde martelaarschap werkelijkheid worden zou, voegde zich eene vreesachtige nieuwsgierigheid bij hei; beeld der fantasie, welke straf en welk soort van kwellingen haar zouden treffen. Hare nog half kinderlijke ziel wankelde tusschen twee besluiten. Maar Actea keek haar zoo verbaasd aan, toen zij deze besluiteloosheid zag, alsof Lygia in koorts sprak. Zich tegen 's keizers wil verzetten en zija toom al bij het begin opwekken! Zoo kon slechts een kind handelen dat niet weet, wat het doet. En uit Lygia's eigen woorden maakte zij op, dat zij eigenlijk geen gijzelaarster, maar een door haar volk verlaten meisje was. Geen volkenrecht beschermde haar, en al was dat zoo, Nero was machtig genoeg om dat recht in zijn toorn met voeten te treden. 'tHad den keizer behaagd haar op te eischen en nu kon hij over haar beschikken. Van nu af aan stond zij onder zijn wil, waar op aarde geen andere boven ging.

„Zoo is nu uw toestand," ging Actea voort, „ook ik heb de brieven van Paulus van Tarsus gelezen en weet, dat er een God in den hemel leeft en zijn Zoon, die uit den dood * opstond; maar op aarde is er maar één Cresax. Vergeet dat niet, Lygia. Ik weet ook, dat uw geloof u niet toeslaat te zijn, wat ik was, en dat gij, evenals de Stoïcijnen — van wie Epictetus mij verteld heeft — als gij de keuze hebt tusschen schande en dood, slechts den dood hebt te kiezen. Maar wie zegt u, dat met den dood u ook niet de schande wacht? Hebt ge niet van Sejanus' dochter gehoord, die op bevel van Tiberius eerst onteerd en daarna eedood werd. ter wille van

Sluiten