Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat ge moet. ten tweede, als 't uw wensch is in Aulus' huis terug te keeren; dan moet ge middelen vinden om Pe tronius en Markus Vinicius te smeeken, van hun invloed voor \ gebruik te maken. Waren zij nu hier, dan zouden zij beiden neggen, zooals ik, dat tegenstand waanzinnig zou zijn en uw ondergang zou beduiden. De keizer zou uwe afwezigheid niet bemerken; maar als hij u gewaar werd en zag, dat ge u doldriftig tegen zijne bevelen verzette, dan was er geen redding meer voor u. Ga, Lygia. Hoort gij daar dat rumoer in het paleis? De zon zal spoedig ondergaan en de gasten kunnen ilk oogenblik komen."

„Gij hebt gelijk," antwoordde het meisje, „ik zal uw raad volgen."

In hoeverre de wensch, Markus en Petronius te vinden, aan haar besluit den doorslag had gegeven, en in hoeverre de vrouwelijke nieuwsgierigheid, eens een gastmaal en daarbij den keizer, het hof, de beruchte Poppea en andere schoonheden te zien, benevens al de ongehoorde pracht en praal, waarvan men in Rome wonderen vertelde, daaraan schuld had, daarvan kon Lygia zichzelf geen rekenschap geven. Maar dat Actea gelijk had, dat voelde Lygia duidelijk. Zij moest gaan en daar dwang en verstand de heimelijke verzoeking ondersteunden, aarzelde zij niet langer.

Actea voerde haar in haar eigen Unctuarium om haar te zalven en aan te kleeden. Ofschoon 't in Caesar's huis niet aan slavinnen ontbrak en Actea er voor haar zelve ook genoeg had, besloot zij toch, uit liefde tot het meisje, wier onschuld en schoonheid haar hart veroverd hadden, haar zelve te bedienen. Blijkbaar was er in Actea, trots hare droefheid en niettegenstaande zij de brieven van Paulus van Tarsus las, nog iets van den ouden Helleenschen geest over, waarop lichamelijke schoonheid meer dan iets anders inwerkte. Actea kon een uitroep van bewondering niet onderdrukken bij den aanblik van de slanke en toch gevulde, als uit rozen en paarlen gevormde gestalte, en terwijl zij eenige schreden terug trad, beschouwde zij met verrukking het onvergelijkelijk schoone lichaam van het meisje.

„Lygia." zei zij eindelijk, „gij zijt duizendmaal schooner dan Poppea."

In Pomponia's huis opgevoed, waar bescheidenheid ook dan beoefend werd, als de vrouwen onder elkaar waren, stond het meisje, schoon als een droom, heerlijk als een werk van Traniteles, verschrikt en blozend daar. Eindelijk hief zii met

Sluiten