Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren in toga, overkleed en mantel gehuld, die mooi, in zachte plooien tot op den grond neervielen en de laatste stralen der zon opvingen. Een groot standbeeld van Hercules, wiens hoofd nog verlicht, maar wiens lichaam in de schaduw der zuilen gehuld was, keek uit de hoogte op het gedrang neer. Actea toonde hare gezellin senatoren in breedgezoomde toga's, in goudomboorde tunika's, patriciërs en beroemde kunstenaars; zij wees haar Roineinsche dames in llomeinsche, Grieksche, fantastisch-oostersche costuums, het haar tot torens of pyramiden gekapt, of op de wijze der beelden tot op het voorhoofd afhangende en met bloemen versierd. Vele van hen noemde Actea bij naam en vertelde korte, dikwijls vreeselijke geschiedenissen van hen, die Lygia met vrees en verbazing vervulden. Want voor Lygia was dit eene nieuwe wereld, wier pracht hare oogen verblindde, maar wier keerzijde zij met haar meisjesverstand niet kon vatten.

In deze schemering, over de beweginglooze, in de verte verdwijnende zuilenrij en over de statige menschen lag eene verheffende rust. 'tWas, als konden te midden van dit mar meren zuilenwoud halfgoden zorgeloos, gelukkig en tevreden wonen. Intusschen onthulde Actea's zachte stem een nieuw en vreeselijK geheim van dit paleis en die menschen.

Daar, op eenigen afstand is de gaanderij, waar nog bloedvlekken aan den grond en de zuilen kleven, sedert Caligula door den dolk van Cassius Charea viel, daar werd zijne vrouw vermoord, daar verpletterde men zijn kind tegen een steenblok; onder dien vleugel van het paleis bevond zich de kerker, waar Drusus de jongere van honger zijne handen afknaagde, daar werd Drusus de oudere vergiftigd; daar beefde Gemellus van schrik en wentelde Claudius zich in smarten op dei; grond; daar leed Germanicus. Elke plek van deze muren had het zuchten en het gereutel der stervenden gehoord, en deze menschen, die nu in toga's en tunika's, met bloemen en ju weelen versierd naar het feest gingen, konden morgen ver oordeelden zijn. De glimlach op verschillende gezichten verborg misschien den schrik, den angst, de onzekerheid vooi den dag van morgen; misschien knaagden nijd en afgunst in deze oogenblikken aan de harten van deze schijnbaar zorgeloo^e halfgoden. Lygia's verschrikte gedachten konden Actea's woorden niet snel genoeg volgen, en terwijl deze wondervolle wereld hare oogen boeide, benauwde vrees hare borst en een innig verlangen maakte zich van haar meester »aar hare geliefde Pomponia Graecina en naar het huis van

Sluiten