Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesproken, maar nu bekende hij haar, dat zijne liefde haai gold, dat zij hem een dierbaar kleinood was.

Voor 't eerst vernam Lygia zulke woorden uit den mond van een man en terwijl zij ze vernam, scheen t haar, alsoi er iets in haar binnenste ontwaakte en eene zaligheid vervulde haar, die haar hart tegelijk van vreugde en angst deed kloppen. Hare wangen begonnen te gloeien en haar mond opende zich half van verbazing. \ rees beving haar, dat zij naar zulke dingen luisterde, dan weer wenschte zij voor niets ter wereld een woord er van te verliezen. Nu eens sloeg zij hare oogen neer, dan weer hief zij ze naar Vinicius op, schuchter en toch vragend, alsof zij wilde zeggen: „Spreek verder 1' De klank der muziek, de lucht van bloemen en van de arabische welriekende geuren begonnen haar te bedwelmen. 'tWas de gewoonte in Rome, bij feestgelagen neer te liggen; maar thuis had Lvgia altijd een zetel gehad tusschen Pomponia en den kleinen Aulus in. Nu lag Vinicius naast haar, jeugdig, heerlijk, verliefd en zij voelde verrukking en schaamte tegelijk in zich opkomen. Eene soort van onmacht en bedwelming overviel haar; t was haai of zij in slaap viel. '

Hare nabijheid begon ook op Vinicius in te werken. Met ongewone krach * klopte zijn hart onder de scharlakenroode tunika, hij haalde snel adem en stiet afgebroken woorden uit. Voor 't eerst was hij zoo dicht bij haar. Zijne gedachten werden verward, in zijne aderen brandde een vuur, dat hij tc vergeefs met wijn poogde te blusschen. Niet de wijn, maai haar wonderschoon gelaat, hare bloote armen, de onder de goudbestikte tunika golvende boezem en de in de zachte stof gehulde gestalte bedwelmden hem meer en meer. Eindelijk greep hij haar pols, zooals hij 't toen gedaan had, trok haar dichter naar zich toe en fluisterde met bevende lippen: „Lygia. ik heb je lief — gij goddelijke!"

„Laai mij los, Vinicius," smeekte Lygia.

Doch hij ging met benevelde oogen voort:

„Heb mij lief. mijne Godin 1"

Op dit oogenblik riep Actea hen toe:

„De keizer kijkt naar u beiden." •

Een plotselinge toorn jegens Nero en Actea overviel hem. De woorden der Griekin hadden de betoovering verbroken. Zelfs de stem van een vriend zou den jongeling in dit oogenblik onaangenaam geweest zijn; maar hij geloofde, dat Actea met opzet hun gesprek onderbroken had

Sluiten