Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was bij hem vergeleken. Een gevleugeld leger zou neerdalen om dit meisje te beschermen, of de zon zou misschien hare stralen onder Lygia's voeten uitbreiden, om haar te doen opstijgen. Zij had van vele wonderen bij de Christenen gehoord en toen zij Lygia zoo zag bidden, geloofde zij, dat alles, wat men daarover vernam, waar moest zijn.

Eindelijk verhief Lygia zich, opgebeurd en hoopvol. Ook Ursus stond op en trad op de bank toe, hare bevelen afwachtend. Maar hare oogen verduisterden zich weer en twee groote tranen rolden langzaam langs hare wangen neer.

„God zegene Aulus en Poinponia," sprak zij. „Ik mag hen niet in 't verderf storten en ik zal hen daarom niet weerzien." En zich toen tot Ursus wendend zeide zij, dat hij haar nu alleen nog overbleef en haar beschermer en vader moest zijn. Zij mochten niet bij Aulus hunne toevlucht zoeken en 's keizers toom niet op hen laden. Maar noch in dit, noch in Vinicius' huis kon zij blijven. Ursus moest haar uit de stad voeren en haar ergens verbergen, waar Vinicius en zijne slaven haar niet konden vinden. Zij wilde hem overal volgen, zelfs tot over de zee, over de bergen, naar de Barbaren, waar men zelfs Rome's naam niet kende en tot waar Nero s macht ni.^t reikte.

De Lygiër was daartoe bereid, bukte zich ten teeken van gehoorzaamheid en omvatte hare knieën. Ontgoocheling was in Actea's trekken te lezen. Zij had een wonder venvacht. Vermocht het gebed niets anders? Eene ontvluchting uit het paleis was een zware misdaad, die streng gestraft werd; zelfs als deze vlucht, gelukte, zou Nero aan Aulus en Pomponia wraak nemen. Wanneer zij ontvluchten wilde, dan moest zij uit Vinicius' huis vluchten, dan zou Nero, die zich niet gaarne in vreemde aangelegenheden mengde, misschien \ inicius niet eens in zijn opsporen helpen; in elk geval was 't dan ook geen majesteitsschennis.

Maar Lvgia dacht zoo: Aulus zou hare verblijfplaats niet kennen en Pomponia evenmin. Zij wilde niet uit Vinicius huis ontvluchten, maar op weg daarheen. In zijne dronkenschap had Vinicius verklaard, dat hij haar desnoods zou laten afhalen. Zonde: twijfel verried hij toen de waarheid, wat hij in nuchteren toestand niet gedaan zou hebben. Waarschijnlijk had hij zelf. misschien in vereeniging met Petronius, vóór het feest met Nero gesproken en van dezen de belofte verkregen haar den volgenden dag te mogen halen. En als hij 't hede.i vergat, dan zou hij morgen om haar zenden. Maar

Sluiten