Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij van avond met de Christenen den draagstoel zou opwachten."

„O, ja, nu herinner ik het mij weer."

Zij verlieten nu het slaapvertrek en begaven zich naar de badkamer, waar Actea Lygia hielp; daarna aten zij wat en begaven zich toen naar den tuin van het paleis, waar eene gevaarlijke ontmoeting niet was te vreezen, daar Nero en zijn gunstelingen nog sliepen. Voor 't eerst in haar leven zag Lygia dien heerlijken tuin vol ceders en cypressen, eiken, olijfboome» en myrthen, waartusschen hier en daar standbeelden geplaatst waren. Rustig, als een spiegel, glansde de vijver, heerlijk bloeiden de rozen, besprenkeld door de zachte stralen d<v fonteinen; liefelijke grotten, versierd met klimop en kamperfoelie noodigden tot binnentreden uit. Sneeuwwitte zwanen zwommen statig op den vijver rond; tamme gazellen uit Afrika's wildernissen en bontgekleurde vogels uit alle landen der wereld bewogen zich tusschen boomen en struiken.

De tuinen waren verlaten; slechts hier en daar arbeidden slaven, gedempt zingend, anderen, wien een oogenblik rust gegund was, zaten bij den vijver of in de schaduw der boomen; weer anderen begoten de rozen of de zacht paarskleurige saffraanbloesems.

Actea en Lygia wandelden lang op en neer, genietend van al die schoonheid en ofschoon Lygia's hart niet rustig was, was zij toch nog te veel kind om hare nieuwsgierigheid te kunnen bedwingen en wilde zij alles bekijken.

*t Viel haat zelfs in, dat, als de keizer goed was, hij recht gelukkig zou moeten zijn in zulk een paleis en zulk een tuin. Eenigszins vermoeid zetten de vrouwen zich op een bank neer, die bijna geheel door dichte cypressen verborgen was, en begonnen te spreken over wat hare harten het meest vervulde — namelijk over Lygia's vlucht dien avond. Actea zag daarin veel minder heil dan Lygia; soms scheen haaj de vlucht zelfs een zinneloos plan toe, dat onmogelijk goed zou kunnen afloopen. Haar medelijden met Lvgia werd steeds grooter; zij geloofde, dat 't veel beter zou zijn persoonlijken invloed op Vinicius te oefenen.

Na een poosje vroeg zij Lygia hoe lang zij hem gekend had en of zij niet dacht, dat hij zich zou laten overhalen, haar aan Pomponia terug te geven.

Maar Lygia schudde treurig het hoofd.

„Neen. In Aulus' huis is Vinicius heel anders geweest, heel

Sluiten