Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed; maar sedert gisteren vrees ik hem en wil ik liever naar de Lygiërs vluchten."

„Maar in Aulus' huis hadt ge hem toch lief," vroeg Actea .'erder, „is 't niet zoo?"

„Ja," antwoordde Lygia, het hoofd buigend.

„En gij waart geen slavin, zooals ik," zei Actea na een oogenblik te hebben nagedacht. „Vinicius zal u misschien trou wen, want gij zijt eene gijzelaarster en eene koningsdochter, Aulus en Pomponia hebben u lief als hun eigen kind. Ik ben er zeker van, dat zij u zullen willen aannemen en dan zou Vinicius u kunnen trouwen, Lygia."

Maar Lygia antwoordde droevig:

„Ik zou liever naar de Lygiërs willen vluchten."

„Lygia, wenscht gij, dat ik dadelijk naar Vinicius zal gaan. hem wekken als hij slaapt en hem zeggen zal, wat ik u nu zeg? Ja, mijn lief kind, ik zal naar hem toe gaan en zeggen: „Vinicius, zij is eene koningsdochter en een dierbaar kind van den beroemden Aulus. Als ge haar werkelijk liefhebt. keer dan naar Aulus en Pomponia terug en neem haar als uwe vrouw uit hun huis!"

Maar het meisje antwoordde met eene stem, zoo zacht, dat Actea haar nauwelijks hooren kon:

„Ik zou liever naar de Lygiërs vluchten." En twee tranen hingen aan hare wimpers.

Hun gesprek werd gestoord door het geluid van naderende voetstappen, en eer Actea tijd had om te zien wie er kwam. verscheen Poppea Sabina voor de bank met een kleyn gevolg van slavinnen. Twee hunner hielden boven haar hoofd waaiers van struisveeren in gouden handvatsels gezet. Daarmee wuifden zij zachtjes en beschutten Poppea te gelijk voor de nog heete herfstzon.

Vooruit ging de welgevoede Egyptische min, zwart als ebbenhout, met een kind in hare armen, dat in goudomzoomd purper gekleed was. Actea en Lygia stonden op, meenend dat Poppea de bank voorbij zou gaan, zonder hen op te merken, maar zij hield voor hen stil en zei:

„Actea. de belletjes, die gij voor de pop zondt, waren slecht bevestigd; de kleine trok er een af en stak 't in haar mondje. Gelukkig zag Lilith het nog bijtijds."

„Vergeving, godheid," antwoordde Actea, terwijl zij de armen op de borst kruiste en het hoofd boog.

Poppea keek Lygia aan.

„Wat is dat voor eene slavin?" vroeg zij na een poosje.

Sluiten