Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pas begon. Daarna wendde hij zich weer tot Vinicius en ging voort:

„Win eerst haar vertrouwen, stem haar blijmoedig, wees zacht voor haar. Ik wensch geen somber feest bij te wonen. Zweer haar, zelfs bij Hades, haar aan Pomponia terug te zullen geven, en 't zal maar aan uzelf liggen, of zij morgen niet liever hier zal willen blijven."

En hij voegde er, op Chrysothemis wijzend, bij:

„Sedert vijf jaren heb ik deze schuchtere duif meer of minder op deze wijze behandeld en ik kan mij over hare preutschheid niet beklagen!"

Chrysothemis gaf hem een klap met haar pauwenveeren waaier en zei:

„Maar ik stribbelde niet tegen!"

„Zonder om mijne voorgangers te denken "

„Maar laagt gij niet aan mijne voeten?"

„Ja, om ringen aan uwe teenen te bevestigen."

Chrysothemis keek onwillekeurig naar hare voeten, want aan de teenen fonkelden werkelijk diamanten, en beiden begonnen te lachen

Maar Vinicius sloeg geen acht op hunne plagerijen. Zijn hart sloeg onrustig onder het gewaad van een Syrisch priester, dat hij had aangetrokken om Lygia mee te ontvangen.

„Nu moeten zij het paleis verlaten hebben," zei hij als tot zichzelf.

„Ja," antwoordde Petronius, „intusschen zal ik u van den profeet van Apollonius van Tyana of de geschiedenis van Rufinus vertellen, die ik nog niet geëindigd heb, waarom niet. weet ik niet meer."

Maar Vinicius bekommerde zich al even weinig om Apollonius van Tyany als om de geschiedenis van Rufinus. Zijne gedachten verwijlden bij Lygia en, ofschoon hij wel gevoelde, dat 't betamelijker was haar thuis te ontvangen, dan in de rol van roover in het paleis te verschijnen, was hij toch af en toe ongerust en 't speet hem niet zelf te zijn gegaan, dan had hij haar ook nog vroeger gezien.

Intusschen brachten slaven een met rammenkoppen versierden drievoet en bronzen schotels met gloeiende kolen binnen, die zij met myrrhe en nardus besprenkelden.

„Nu slaan zij den hoek naar de Carina om," begon Vinicius weer.

„Hij kan niet wachten; hij zal den draagstoel nog te gemoet ijlen," verklaarde Chrysothemis.

Sluiten