Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vinicius glimlachte flauwtjes en zei:

„Integendeel, ik zal wachten."

Maar zijne neusvleugels sperden zich open, en hij haalde hoorbaar adem. Petronius zag 't, trok zijne schouders op en zei:

„Als philosoof is hij geen cent meer waard; ik zal uit dezen zoon van Mars nooit meer een wijze kunnen maken."

„Nu zijn ze in de Carina."1)

Kn zoo was 't. I)e fakkeldragers liepen vooraan en andere slaven aan weerszijden van den draagstoel.

Atacinus liep er op een tamelijken afstand achter, om de beweging van het geheel te kunnen overzien. Maar zij vorderden slechts langzaam, want de fakkels wierpen maar weinig licht op den duisteren weg.

De straten in de nabijheid van het paleis waren leeg, hier en daar liep een man met eene lantaarn; maar verderop was de weg ongewoon vol menschen. Uit bijna iedere straat kwamen lieden bij drieën of vieren, alle zonder lampen, in donkere mantels gehuld. Eenigen sloten zich bij den itoet aan, terwijl zij zich tusschen de slaven mengden, anderen, in grooter aantal, kwamen van den tegenovergesteld en kant. Velen van hen vielen neer alsof zij dronken waren. Soms was het voortgaan zoo moeilijk, dat de fakkeldragers uilriepen: „Maakt plaats voor den edelen tribuun Markus Vinicius!"

Lygin zag deze donkore menigte door de opzij geschoven gordijnen en sidderde van inwendige ontroering. ïn 't eene oogenblik voelde zij hoop, dan weer vrees opkomen.

„Daar is hij! Dat is Ursus met de Christenen. Nu zal 't vlug gaan," zeide zij met bevende lippen. „O, Christus, help mij! 0. Christus, red mij!"

Atacinus, die eerst geen acht had geslagen op het ongewone leven in de straten, werd onrustig. Er was iels zonderlings in deze manier van doen. De fakkeldragers waren ''.teeds meer genoodzaakt te roepen: „Maakt plaats voor den draagstoel van den edelen tribuun I" Van alle zijden drong onbekend volk zoo dicht op den draagstoel toe, dat Atacinus den slaven bevel gaf hen met knuppels terug te drijven.

Plotseling hoorde men aan de spits van den stoet een kreet. In een oogenblik waren alle lichten uitgedoofd. Om den draagstoel ontstond een oploop, een rumoer, een gevecht.

Atacinus begreep, dat 't een aanval was en dit verschrikte

Voorname buurt in Rome.

Sluiten