Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

Vinicius ging dien nacht niet naar bed. Eenigen tijd na Petronius' vertrek, toen het gekerm der gegeeselde slaven niet meer in staat was zijne woede te blusschen, ging hij met eene andere schare slaven op weg om Lygia te zoeken, ofschoon de nacht bijna voorbij was. Hij doorzocht de geheelo stad, maar 't was een hopeloos zoeken, hij had ook geen hoop Lygia te vinden; hij zocht alleen om dien vreeselijken nacht door te komen.

Bij het aanbreken van den dag keerde hij naar huis terug. Daarop gaf hij bevel, Gulo's lijk weg te nemen. Niemand had gewaagd het aan te roeren. De slaven, die Lygia hadden laten ontsnappen, liet hij in de slavengevangenis werpen, eene straf, erger nog dan de dood, en strekte zich daarna op eene rustbank in het Atrium uit op middelen peinzend om Lygia te herkrijgen. Lygia op te geven, haar te verliezen, haar niet weer tie zien, scheen hem onmogelijk.

Waanzin greep hem aan bij die gedachte alleen. Voor 't eerst was de eigenzinnige natuur van den jongen krijgsman op tegenstand gestuit; hij kon volstrekt niet begrijpen hoe iemand het durfde wagen zijne wenschen te weerstreven. Liever had hij Rome en de geheele wereld zien vergaan, dan zijne plannen verijdeld te zien. De beker van het genot was hem om zoo te zeggen van de lippen weggerukt; daarom scheen 't hem of er iets ongehoords was geschied, dat naar „oddelijke en menschelijke wetten om wraak schreeuwde.

Nooit had hij iets zoozeer begeerd als Lygia. Hij geloofde zonder haar niet te kunnen leven. Hij kon er zelfs niet aan denken morgen zonder haar te moeten zijn.

Hij wenschte haar in zijn bezit te krijgen om haar te slaan en haar bij de haren in het slaapvertrek te sleepen; dan weer greep een nameloos verlangen naar hare stem, hare gestalte, hare oogen hem aan en had hij aan hare voeten kunnen nederknielen.

Hij riep haar naam, beet zich de vingers stuk en sloeg zich met de vuisten voor 't hoofd. Hij spande zich in er rustig over te denken, hoe hij haar terug zou kunnen krijgen — tevergeefs Duizenden middelen en plannen joegen wild door elkaar in zijn hoofd rond. Plotseling kwam de gedachte in hem op, dal niemand anders dan Aulus haar kon geroofd

Sluiten