Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de keizer hem beloofd had. Wie zou er zoo vermetel durven zijn? Misschien had die Egyptische reus 't gedaan, die den moed had gehad Lygia uit de eetzaal weg te voeren. Waar zou hij haar dan verbergen? Waarheen haar voeren? Neen, zoo ver zou de moed van een slaaf niet gaan. Bij gevolg kon 't slechts Nero's werk zijn.

Bij deze gedachte werd 't donker voor zijne oogen en zweetdroppels parelden op zijn voorhoofd. Dan was Lygia voor altijd voor hem verloren.

In zijne verbeelding zag hij Lygia al in Nero's armen en nu voelde hij voor 't eerst van zijn leven, dat er gevoelens zijn, die de menschelijke kracht te boven gaan. Nu zag hij pas, hoe lief hij haar had. Een drenkeling ziet zijn geheele leven aan zich voorbijtrekken, zoo ging 't Vinicius met Lygia.

Hij zag haar en hoorde elk harer woorden, — hij zag haar bij de fontein, in Aulus' huis, op het feest. Zij scheen hem iiu nog duizendmaal schooner en begeerlijker toe dan ooit, duizendmaal waardiger om onder goden en menschen de eenige uitverkorene te zijn. En toen hij er aan dacht, dat dit alles, dat zijn geheele leven beteekende, misschien in Nero's bezit was, ondervond hij zulk eene snijdende pijn, dat hij lust gevoelde zijn hoofd tegen den muur te pletter te slaan. Hij voelde dat hij krankzinnig zou kunnen worden, als de gedachte aan wraak hem niet had tegengehouden. En zoo hij tot nu toe gemeend had, zonder Lygia niet te kunnen leven, zoo dacht hij nu niet meer te kunnen sterven, voordat hij haar gewroken had. Dit gaf hem eenige opluchting. Na een poosje greep hij een handvol aarde uit de bloempotten en zwoer met een vreeselijken eed aan zijne huisgoden, dat hij zijn woord gestand zou doen.

Dat gaf hem eenigen troost. Hij had nu ten minste een levensdoel, een werk, dat hem dag en nacht zou bezighouden. Hij gaf daarom zijn bezoek aan Aulus op en liet zich naar het Palatium dragen.

Onderweg overlegde hij bij zichzelf, dat, als hij 'liet toegelaten werd of ingeval men naar wapens bij hem zocht, dit dan een bewijs zou zijn, dat de keizer hem het meisje ontroofd had. Hij had geen wapens bij zich. Hij had alle tegenwoordigheid van geest verloren en dacht slechts aan zijne wraak. Hij wilde niet voorbarig handelen. Vóór alles moest hij Actea spreken, om misschien van haar de waarheid te vernemen.

Somtijds hoopte hij Lygia te zullen zien en die gedachte

Sluiten