Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou vestigen, maar wel oordeelde hij 't goed zich te wapenen en een paar sterke kerels mee te nemen, om in geval van nood niet. onbeschermd te zijn.

Vinicius nam zijne raadgevingen ter harte en liet onverwijld Croton tot zich roepen. Chilon was geheel gerustgesteld toen hij den naam van dien beroemden athleet hoorde, wiens bovenn.enschelijke kracht hij dikwijls in de arena bewonderd had. En ofschoon hij eerst bij zichzelf besloten had niet mee naar het Ostrianum te gaan, verklaarde hij zich nu bereid hen daarheen te vergezellen. Met Croton's hulp zou de beurs met goud gemakkelijk te verdienen zijn.

Tevreden en vergenoegd zette hij zich nu aan het maal, dat de Atriensis voor hem had opgedragen en toen hij genoeg gegeten en gedronken had, legde hij zich ter ruste en sliep zoolang, totdat men hem wekte en zeide dat Croton gekomen was. Hij begaf zich naar het Atrium en beschouwde daai vergenoegd de kolossale gestalte van den ex-gladiator. Om zijne eerzucht op te wekken zei Chilon tot hem:

„Wrijf u heden goed met olijfolie in, want de reus, dien gij zult moeten bevechten, bezit bovenmenschelijke kracht."

„Dat is zoo," zei Vinicius, „men zegt. dat hij een slier bij de hoorns kan heen en weer slingeren, zoo lang hij wil.'

„O!" riep Chilon uit, die zich Ursus niet zóó sterk gedacht had.

Maar Croton lachte verachtelijk. „Ik maak me sterk mij te verdedigen tegen zeven zulke Lygiërs en het meisje uw huis binnen te dragen, ook al zouden alle Christenen me vervolgen. Als ik 't niet kan, dan moogt ge me voor uwe oogen laten doodslaan."

„Sta 't niet toe, heer," zei Chilon. ,,'t Is veel beter het meisje uit hare woning te ontvoeren, dan uzelf en haar noo deloos in gevaar te brengen."

„Ja, dat is zoo, Croton," gaf Vinicius toe.

„Ik krijg uw geld en doe wat u mij opdraagt," antwoordde Croton.

Vinicius gaf hen nu een teeken zich te verwijderen. Hij zelf begaf ziel' naar zijne bibliotheek en schreef de volgende woorden aan Petronius:

„Chilon heeft Lygia gevonden. Dezen nacht ga ik met hem en Croton naar het Ostrianum en ben besloten het meisje vandaag nog of morgen uit hare woning te ontvoeren. Mogen de goden mij bijstaan. Leef wel, van vreugde kan ik niet verder schrijven."

Sluiten