Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebod vervult. 'tWas echter niet genoeg alleen eigen landgenooten lief te hebben, want God's Zoon had Zijn bloed gegeven voor de geheele wereld. 'tWas niet genoeg hen Hef te hebben, die ons goed doen; Christus had de Joden, die Hem ter dood veroordeelden en de Romeinsche soldaten, die Hem aan hel kruis nagelden, vergiffenis geschonken. Wij moeten her., die ons kwaad doen, niet slechts vergeven, maar hen ook liefhebben en kwaad met goed vergelden. Ook de slechte menschen moeten wij liefhebben, want door liefde alleen kan de boosheid verdreven worden.

Bij deze woorden werd het Chilon duidelijk, dat hij Urban nooit zou kunnen bewegen Glaucus te dooden, maar hij troostte zich tegelijkertijd met de gedachte, dat Glaucus hem dan ook niet zou dooden, ingeval hij hem ontdekte en herkende.

Eerst had Vinicius gedacht, dat de grijsaard niets nieuws vertelde, dat Cyniekers, Stoïcijnen en zelfs philosofen 't zelfde gezegd hadden. Maar na alles wat hij nu gehoord nad vroeg hij zich in verbazing af: „Wat voor soort god, godsdienst en volk is dit?" Hij kon het gehoorde nog niet in zich opnemen; allerlei gedachten doorkruisten zijn brein. Zoo overwoog hij, dat hij. om deze leer te kunnen volgen, al zijne gedachten, gewoonten en eigenaardigheden moest opgeven, om een nieuw leven en eene nieuwe ziel te winnen. 'tKwam hem voor dat er niets werkelijks in dezen godsdienst was, dat 't de moeite niet loonde zich er mee in te laten, want de werkelijkheid zou toch ellendig blijven. Een godsdienst, die aan Romeinen gebood Parthen, Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Galliërs en Britten lief te hebben, zijn vijanden vergiffenis te schenken, goed met kwaad te vergelden, leek hem krankzinnig toe, maar te gelijk krachtiger dan alle andere godsdiensten te zamen. En toen hij daarna weer dacht aan alles wat de grijsaard over het leven, de waarheid en God verteld had, werd hij verblind door de schoonheid dezer leer.

Plotseling viel 't hem in, dat, als Lygia op het kerkhof aanwezig was en zij dezen godsdienst beleed, gehoorzaamde en liefhad, zij dan nooit aan zijne wenschen zou kunnen en willen voldoen. Hij werd onrustig en voelde ten laatste haat opkomen tegen alle Christenen in 't .algemeen en tegen dien grijsaard hier in 't bijzonder. Die visscher, dien iiij eerst voor een eenvoudig man had gehouden, vervulde hem nu met vrees en scheen hem eene geheime macht toe, die over zijn lot zou beslissen.

Nu sprak de grijsaard verder slechts over Christus en diens

Sluiten