Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodra gij de woning uwer goddelijke Lygia kent. ljUistcr niet naar'dien olifant Croton, die alles wagen wil, alleen ter wille van de belooning."

„Eén vuistslag en je bent verpletterd,'' zei Croton Vinicius luisterde niet naar hen. Zij naderden de stadspoort, waar zij weer iets wonderlijks zagen. Iwee soldaten knielden neer, toen de apostel door de poort ging. Petrus legde zijne hand op hunne ijzeren helmen en maakte liet kruisteeken over hen. Vinicius had nooit gedacht, dat er in het leger Christenen konden zijn. Als Lygia Rome had w ïllen ontvluchten, zou zij dus zeker wachten gevonden hebben, die haar hadden geholpen. . . ..

De Christenen begonnen zich te verstrooien, \inicius wat daarom genoodzaakt, om geen achterdocht te wekken, Lygia op grooteren afstand te volgen. Chilon klaagde over pijnlijke voeten en trachtte ongemerkt de achterhoede te vormen. Hij zou wel gaarne geheel verdwenen zijn, maar zijne nieuwsgierigheid hield hem hiervan terug. _

De zon was bijna op toen de menigte, die Lygia begeleid had, uit elkaar ging. De apostel, eene oude vrouw en een knaap gingen verder; de kleinere grijsaard, Urus en Lypa sloegen een smallen weg in en verdwenen na een honderdtal schreden in een huis, waarin een vruchtenwinkel was.

Chilon bleef plotseling als versteend staan, drukte zich te^en den muur en riep hun zacht toe terug te keeren. Dat leden zij, want zij moesten nu beraadslagen.

„Ga, Chilon." beval Vinicius, „en kijk of dit huis ook in eene andere straat uitkomt."

Chilon, die een oogenblik te voren over pijnlijke voeten had geklaagd, sprong weg alsof hij vleugels aan de voeten had. In een oogwenk was hij terug.

„Neen, heer. Er is maar één ingang." Toen vouwde hij

de handen en sprak: ,

„Ik bezweer u bij Jupiter, Apollo, Vesta, Cybele, Isis, Mitra. 3aal, bij alle goden van het Morgen- en het Avondland, laat

aw plan varen. Hoor mij aan "

Hij hield plotseling op. Vinicius' gezicht was bleek van opwinding, zijne oogen gloeiden als die van een wolf. Eén blik op hem was genoeg om ieder te overtuigen, dat hij nu '.ot geen prijs van zijn voornemen zou afzien. Croton haalde liep adem.

„Ik ga 't eerst naar binnen," zei hij.

, Gij volgt mij," zei Vinicius op bevelenden toon.

Sluiten