Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„U!" zei Vinicius en daarna tot Croton met zachte, gejaagde stem:

„Dood hem!" ,

Als een tijger besprong Croton den Lygiër en vóór deze wist wat er gebeurde, hadden Croton s stalen annen hem reeds omvat.

Vinicius vertrouwde op de bovenmenschelijke kracht van Croton en wachtte den afloop van den strijd niet af. Hij vloog op de deur van het huisje toe, stiet haar open en bevond zich in eene kleine, donkere ruimte, slechts verlicht door het vuur in den haard. Een schijn daarvan viel op Lygia s gelaat. Ook de oude man, die het meisje en Ursus van het Ostrianum af begeleid had, zat bij 't vuur.

Vinicius stormde binnen, nam Lygia in zijne armen en liep op de deur toe. De oude versperde wel den weg, maar Vinicius drukte het meisje met één arm tegen zich aan en schoof den man met den anderen op zij. Daarbij viel de kap van zijn mantel van zijn hoofd en nu zag Lygia het haar zoo welbekende en in dit oogenblik zoo vreeselijke gelaat. Het bloed stolde in hare aderen, de schrik benam haar de stem en te vergeefs trachtte zij hulp te roepen en tegenstand te bieden. Vinicius was reeds met haar in de gang, maar wat zij daar zag deed haar bijna het bewustzijn verliezen.

Ursus hield Croton in zijne armen, diens hoofd hing naar beneden, zijn mond was met bloed gevuld. Toen I rsus de twee zag gaf hij Croton een laatsten slag en in t voigend oogenblik sprong hij als een wild beest op Vinicius toe.

„Dood!" dacht de jonge patriciër.

Toen hoorde hij als in een droom Lygia's kreet: „Dood hem niet!" Hij voelde hoe een hevige slag zijne armen, waarin hij Lygia hield, machteloos maakte; daarna scheen alles met hen: rond te draaien en verloor hij het bewustzijn.

Chilon hield zich in de nabijheid van het hoekhuis verborgen, terwijl nieuwsgierigheid en vrees in hem om den voorrang streden. Ursus vreesde hij niet meer, want hij was er zeker van, dat Croton hem zou dooden. Maar hun lang wegblijven verbaasde en de doodsche stilte rondom verontrustte hem. Hij begreep er niets van, dat 't zoolang duurde, toen hij plotseling in den ingang iets zag bewegen; hij drukte zich tegen den muur en keek ademloos to6. hen hoofd verschcitfi, kor), overal rond en verdween weer.

„Dat is Vinicius of Crolon," dacht hij. „Maar wal is dal

Sluiten