Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»

en wist, dat Vinicius doen zou wat hij zei, verbleekte van schrik. Hij mocht niet sterven. Nu hij gewond en hulpeloos was vreesde zij hem niet meer. Sedert hare vlucht had zij steeds aan hem gedacht en God gebeden, dat zij nog eens kwaad met' goed, vervolging met barmhartigheid aan hem zou mogen vergelden, hem voor Christus winnen en zijne ziel zou mogen redden. En nu geloofde zij, dat haar gebed verhoord was.

Zij naderu? daarom Crispus en zei, alsof zij aan eene ingeving gehoor gaf:

,,Laal hem. hier bij ons blijven, Crispus. Wij zullen bij hem blijven tot God hem zijne gezondheid teruggeeft."

Pe oude man dacht bij 't zien van deze geestdriftvolle maagd, dat eene hoogere macht door haar sprak. Eerbiedig boog hij het grijze hoofd en zei:

,,'t Geschiede., zooals gij wenscht."

Op Vinicius, die de oogen niet van haar afgewend hield, maakte de gehoorzaamheid van Crispus diepen indruk. Ook hij gevoelde eerbied voor haar en aan liefde durfde hij nu niet denken. Maai1 toch kon hij zich niet met de gedachte vertrouwd maken, dat zij niet van hem, maar hij nu van haar afhing. Zijne trotsche natuur zou zich bij ieder ander persoon daartegen verzet hebben, nu was hij er haar dankbaar voor. Zulke gevoelens waren iets ongehoords bij hem; hij zou daar vroeger niet aan gedacht hebben. Maar nu was hij al gelukkig, dat hij mocht blijven.

Hij was zoo uitgeput, dat hij haar slechts met zijne oogen kon danken. Deze echter schitterden van vreugde, dat hij in hare nabijheid mocht blijven en haar mocht zien, morgen, overmorgen, misschien voor langen tijd. Maar zoo groot was zijne vrees te zullen verliezen, wat hij reeds gewonnen had, dat, toen Lygia hem nogmaals te drinken gaf en hij hare hand wilde grijpen, hij daartoe den moed niet had. Hij, dezelfde Vinicius, die haar op Nero's feest ondanks haar tegenstreven gekust had; hij, die na hare vlucht gezworen had haar bij de haren in zijn slaapvertrek te sleepen of haar te laten geeselen!

Sluiten