Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze gewoonte is, na eiken maaltijd onzen Verlosser in gezangen te eeren?" antwoordde Ursus. „Miriam en haar zoon zullen terug zijn en misschien is de apostel^ bij hen, want hij bezoekt de weduwe en Crispus eiken dag.

„Breng mij dadelijk bij Vinicius."

, Vinicius is met hen in dezelfde kamer, t is het eentge groote vertrek, de kleinere gebruiken wij om te slapen. Kom

binnen, ge kunt hier uitrusten."

Zij traden binnen. 'tWas donker in de kanier; de weinige lichten verdreven de duisternis niet geheel. Chaon tra,d da delijk op Vinicius' bed toe en riep handenwringend uit: „O, heer, waarom luisterdet gij niet naar mijn raad „Süll" zei Vinicius, „luister!"

Hij keek Chilon scherp aan en zei met nadruk:

Croton wierp zich op mij om mij te vermoorden en ui te 'plunderen, verstaat ge mij? Ik doodde hem en deze lieden verbonden de wonden, die ik in den strijd had opgeloopen.

Chilon begreep dadelijk, dat Vinicius zoo sprak ter wil e van de Christenen. Zonder daarom twijfel of verbazing te toonen, sloeg hij zijne oogen ten hemel en nep uit:

Die trouwelooze 1 Ik zei u wel, heer, hem niet te vertrouwen, maar gij luisterdet niet naar mij. Zijn weldoener

aan te vallen — o, goden I"

Hier bedacht hij zich, dat hij zich onderweg aan Ursus v-oor een Christen had uitgegeven, en hield plotseling op. „Zonder den dolk, dien ik bij mij had, zou hij mij gedood

hebben," zei Vinicius.

Wat hebl gij intusschen gedaan?" vroeg hij verder. "Niets. Ik was juist van plan u te bezoeken, toen de goede man mij kwam zeggen bij u te komen."

.Hier is een brief, gij moet naar mijn huis gaan en aan mijn vrijgelatene zeggen, dat ik een dringend schrijven van Petronius heb ontvangen, die mij tot zich riep, en ik nafx hem ben afgereisd." Hij herhaalde nog eens met nadruk: ik ben naar Beneventum afgereisd, niet waar ?

Gij zijt afgereisd, heer. Dezen morgen nam ik aan de Porta Capena afscheid van u, en sedert uw weggaan heeft mij zulk eene droefheid overvallen, dat, als ge met grootmoedig zijt, ik mij nog dood zal weenen."

Trots alles moest Vinicius nu toch lachen. Hij ze1„Ik zal schrijven, opdat uwe tranen gedroogd worden, breng

'mJChjlon haalde eene kaars van den schoorsteen; daar-

Sluiten