Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij gleed hem de m its van 't hoofd en een lichtstraal viel op zijn gezicht.

Glaucus sprong op en stond voor hem.

„Kent ge mij. Cephas?" vroeg hij.

In zijne stem lag zoo iets vreeselijks, dat 't alle aanwezigen deed huiveren. Chilon nam de kaars op, liet die dadelijk weer vallen, boog zich diep neer en steunde:

„Ik ben 't niet, ik ben 't niet! Barmhartigheid!"

Glaucus wendde zich tot de anderen en zei:

„Dat is de man, die mij bedroog, die mij en mijne familie in het ongeluk stortte."

Deze geschiedenis was allen bekend en voor Ursus waren Glaucus' woorden als een lichtstraal in de duisternis. Dadelijk herkende hij Chilon en met één sprong was hij aan zijne zijde, greep zijn arm en riep:

„Hij is de man, die mij wilde overhalen Glaucus te dooden."

„Barmhartigheid!" steunde Chilon. „Red mij, heer, ik bouw op u, help, help mij!"

Zijn beenderen kraakten onder Ursus' geweldige vuisten, hij huilde van angst.

„Bij uw God, heb medelijden!" riep hij. „Ik ben een Christen en als ge mij niet gelooft, doop mij dan nog eens, doop mij tweemaal, tienmaal. Dood mij niet. Erbarmen!"

Zijne van angst verstikte stem werd steeds zwakker. Daar . verhief zich de apostel van zijn zetel en sprak onder diepe stilte:

„De Verlosser heeft tot ons gezegd: heb lief die u haten, heb uwe vijanden lief en vergeef hen."

Glaucus verborg zijn hoofd in zijne handen en bleef langen tijd onbeweeglijk zitten. Eindelijk keek hij op en zei:

„Cephas, moge God u vergeven, zooals ik 't doe in Christus' naam."

Ursus liet terstond Chilon's arm los en voegde er bij:

„Moge de Verlosser u barmhartig zijn, ik vergeef u!"

Chilon waagde 't niet op te zien, zijne blauwe lippen beefden van angst. Hij durfde zijne ooren niet vertrouwen.

„Ga in vrede!" zei intusschen de apostel.

Chilon stond op, maar kon niet spreken. Hij naderde Vinicius' bed als om bij hem bescherming te zoeken. Maar hij voelde dat hij voort rnoest, hij wilde weg van deze onbegrijpelijke iieden, wier goedheid hem evenzeer beangstigde ais hunne wreedheid zou hebben gedaan.

Hij zei daarom met gebroken stem tot Vinicius:

Sluiten