Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Vrede zij met uwe zielen," zei Petrus. F.n op de jonkvrouw aan 'zijne voeten neerziend, vroeg hij wat er gebeurd

was.

«rn f T va in hem bekend had, — hare zon-

^nauLLa vcii^iuu, "jb- . , ' .. n.

dise liefde, haai wensch Miriam's huis te verlaten zijne smart, dat eene ziel, die hij rein geloofde, zich zoo bevlekt had.

Toen hij geëindigd had legde Petrus zijne hand op Lygia s hoofd. Tot Crispus gewend sprak hij:

„Crispus, weet ge niet, dat onze geliefde Meester op de bruiloft te Kanaan de liefde tusschen man en vrouw zegende? Deze keek den spreker verbaasd aan, zonder een woord te zeggen. Na eenige oogenblikken vroeg Petrus weer:

Gelooft gij, Crispus, dat Christus, die Maria Magdalena toestond aan zijne voeten te zitten en de groote zondares vergaf, zich van deze jonkvrouw zou afwenden, die zoo rein

is als' de lelie des velds ?" ...

Lvgia begreep, dat zij niet te vergeefs bij den apostel hare toevlucht gezocht had. Petrus hief haar betraand gelaat op

611 Zoolang de oogen van hem, dien gij liefhebt, voor de waarheid gesloten blijven, moet ge hem vermijden opdat hij u niet ten val brenge; maar bid voor hem en weet, dat uwe liefde niet zondig is. Wees niet treurig, ween niet want ik zee u, dat de genade van den Verlosser u met verlaten heef en dat uwe gebeden verhoord zullen worden. Op deze dagen van verdriet zullen dagen van geluk volgen. Hij legde zijn? beide handen op haar hoofd, sloeg e oogen ten hemel en zegende haar. Bovenaardsche goedheid lag op

zijn gelaat. . , . , , ,

Crispus toonde berouw en begon zich in deemoed te verontschuldigen. ..

Ik heb tegen de barmhartigheid gezondigd, zeide hij, „maar ik "geloofde, dat Lygia door aardsche liefde Christus verloochend had." , jj r> i Ik heb Hem driemaal verloochend," antwoordde letrus,

„maar toch vergaf Hij mij en beval mij Zijne schapen te

hoeden." . , , A

Paulus van Tarsus, die tot nu toe gezwegen had, legde

de hand op de borst en zei: .

Ik ben 't, die Christus' dienaren vervolgde en aan t gerecht overgaf; ik was 't, die bij Stephanus' steeniging tegenwoordig was; ik was 't, die de waarheid in alle landen der wereld wilde uitroeien, en toch heeft de Heer mij uitgekozen om

Sluiten