Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan volgt, daar bekommer ik mij niet om. Ziedaar mijne nieuwste philosophie." . „

„Dat is dezelfde als vroeger, ik vind er niets nieuws in. Petronius liet Euniche roepen. Dadelijk trad zij binnen, in een wit gewaad gehuld — niet meer als de vroegere slavin, maar als eene godin der liefde en des geluks. ^

Petronius opende zijne armen en sprak: „Kom! Zij ging op zijne knieën zitten, sloeg haar arm zijn hals en legde haar hoofd tegen zijne borst.

'tWas eene wonderschoone groep van liefdesgeluk. Petronius greep naar eene vaas, die naast hem stond, nam daar eene handvol viooltjes uit en strooide die over haar hoofd.

„Wat zijn uwe droefgeestige Christenen in vergelijking met dit geluk? Als gij dat onderscheid niet voelt ga dan tot hen. Maar deze aanblik moet u wel genezen."

Vinicius' borst ging heftig op en neer; welk eene zaligheid zou 't zijn als Lygia zoo in zijne armen lag! Daar dacht hij weer aaa Lygia, altijd weer Lygia 1

„Euniche," zei Petronius, „laat kransen voor ons vlechten en een maal toebereiden." Daarop wendde hij zich tot

Vinicius: . .

„Ik wilde haar vrij maken, en weet ge wat ze zeide? ^lever uw slavin, dan Nero's vrouw!' Toch deed ik het, zonder dat ze 't weet. Ook erft ze na mijn dood mijn huis en verdere dingen, behalve miin edelgesteenten."

Hij stond op en liep op en neer.

„Liefde verandert den een meer, den ander minder, maar zelfs mij heeft zij veranderd. Vroeger hield ik van de lucht van verbena's, maar nu Euniche meer van viooltjes houdt, zijn dat mijne liefste bloemen geworden."

„Bij u heeft de liefde den reuk veranderd, bij mi] de ziel en ondanks al mijn verlangen en mijn verdriet, zou ik toch niet willen dal Lygia was zooals Euniche."

,,'t Kan zijn, dat ge gelijk hebt, maar begrijpen doe ik u

niet." ,

„Neen, neen," antwoordde Vinicius in koortsachtige opwinding, „wij beiden verstaan elkaar niet meerl"

Een oogenblik van stilte volgde. '

„De duivel hale uwe Christenen!" riep Petronius eindelijk uit. „Zij hebben u uwe verstandige levensopvatting ontnomen en daarvoor niets dan droefgeestigheid teruggegeven. Ge vergist u als ge hun godsdienst goed noemt; goed is wat gelukkig maakt, dus: schoonheid, liefde, macht, dingen, die

Sluiten