Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarheen uitgenoodigde personen; een vrijgelatene van Nero had hem die gebracht.

„Mijn naam staat er op," zei hij, „en de uwe ook, gij zult bij uwe thuiskomst ook wel zoo'n lijst vinden."

„Dat wil ik hopen," antwoordde Petronius, „want ben ik niet onder de genoodigden, dan beteekent dat mijn dood, en vóór de reis naar Achaea hoop ik niet te sterven. Ik kan Nero daar van groot nut zijn. Nauwelijks zijn we hier terug," ging hij voort met een blik op de lijst, „of wij moeten de stad weer verlaten, om die met Achaea te verwisselen; 't is niet slechts eene uitnoodiging. maar een bevel."

„En als er nu eens iemand was, die niet gehoorzaamde?"

„Dan zou hij in een anderen vorm tot eene vrij wat grootere reis uitgenoodigd worden — tot eene reis, waarvan niemand terugkeert Hoe jammer, dat ge Rome niet te rechter tijd verliet, zooals ik u raadde! Nu moet ge mee naar Autium."

„Moeten? Ligt in dit ééne woord niet de erkenning van ellendige slavernij ? Gij beweert, dat de Christelijke leer eene vijandin van het leven is, omdat zij het in boeien slaat. Kunnen die boeien nog knellender zijn dan de onze? Volgens u schiep Griekenland de wijsheid en de schoonheid, Rome de macht. Waar is nu onze macht?"

„Laat Chilon roepen en onderhoud u met hem. Ik heb vandaag geen lust tot philosopheeren. Rij Herkules! Ik schiep de tijden niet en ben er ook niet aansprakelijk voor. Laten we nu over Autium sproken. Groot gevaar wacht u daar en 't zou misschien gemakkelijker vallen uwe kracht met Ursus te meten, die zelfs Croton worgde, dan Poppea te ontmoeten; maar gij moogt nu eenmaal niet weigeren."

„Gevaar!" antwoordde Vinicius, terwijl hij een lichte handbeweging maakte, „wij allen staaji in de schaduw van den dood en elk oogenblik zinkt er een hoofd in de duisternis weg."

„Wil ik u eens allen opnoemen, die nog een beetje gezond verstand overhielden en daarom, in weerwil van de tijden van een Tiberus, Caligula, Claudius en Nero, tachtig en negentig jaai oud geworden zijn? Neem iemand als Domitius Afer als voorbeeld. Niettegenstaande zijn gansche leven eene aaneenschakeling van slechtheid en misdaad was, is hij oud geworden zonder ooit zijne kalmte te verliezen."

Vinicius doorliep de lijst. „Tigellinus, Vatinius, Sextus Afrikanus, Aquilinus Regulus, Suillius Nerulinus, Eprius Marcel

quo Vailis? .•

Sluiten