Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehangen en onwillekeurig als iets goddelijks vereerde. Zijn verlangen werd steeds grooter, want de liefde, die hij reeds l1?. '1U'S voor haar had opgevat, was machtiger dan

hij. Zijn gedrag was slecht geweest, maar de drijfveer van al zijn doen en laten was toch liefde. Hij beminde haar reeds in Auius huis, op het Palatium, in het Ostrianum, waar zij naar de woorden van den apostel geluisterd had, toen hij met Croton was gekomen om haar te ontvoeren; hij had haar lief. toen zij aan zijn leger waakte en hem verlaten had. Daarop was Chilon gekomen, had hem gezegd waar zij zich verborgen hield en hem geraden zich opnieuw van haar meester te maken; in plaats daarvan had hij Chilon aten straffen en was naar de apostelen gegaan om de waarheid te vernemen. Hij zegende het oogenblik, dat hem deze gedachte had ingegeven, want nu was hij aan hare zijde en zij zou nu niet meer voor hem vluchten, zooals in Miriam's huis.

„Ik vluchtte niet voor u," zei Lygia.

„Waarom gingt ge dan heen?"

Zij sloeg hare stralende oogen tot hem op, hoog daarop haar blozend gelaat en sprak nauw hoorbaar:

„Gij weet —

De overmaat van geluk maakte Vinicius voor een cogen blik sprakeloos. Zijn geestesoog opende zich meer en meer; hij erkende, dat Lygia geheel verschillend was van de Ro meinsche vrouwen en slechts op Pomponia geleek. Hij kon zich echter niet duidelijk uitdrukken, zijne gevoelens niet verklaren ; hij wist alleen, dat met haar eene ongekende schoonheid in de wereld was gekomen, eene schoonheid, die tot nu toe niet bestaan had, die zich niet alleen in mooie beelden uitte, mnav ook een ziel bezat. Lygia was verrukt, toen zij vernam, dat hij haar juist daarom zoo beminde, omdat zij voor hem govluchi was; hij zou haar steeds met eerbied blijven behandelen. Daarop greep hij hare hand; het was hem niet mogelijk meer te zeggen, maar hij beschouwde haar vol verrukking als 't geluk van zijn leven en noemde bij herhaling haar naam, als om zich te overtuigen, dat hij niet droomde.

„O, Lygia, Lygia!"

Eindelijk vroeg hij haar naar hare eigen gevoelens en zij bekende hem. dat zij hem reeds in Aulus' huis had liefgehad; had hij haar van het Palatium naar hare pleegouders teruggebracht, dan zou zy hun hare liefde beleden en ge

Sluiten