Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tracht hebben hun toom tegen hsm te verzachten.

Ik zweer u" zei Vinicius, „dat ik in 't geheel geen plan had u aan Aulus en Pomponia te onttrekken. Petronius kan 't getuigen hoe ik hem zeide, dat ik u lief had en »ve£Schte te trouwen. Hij echter lachte mij uit cn bracht den keizei op 't idee u als gijzelaarster op te eischen en aan mij te staan Hoe dikwijls heb ik hem sedert dien al verwenscht; maar misschien heeft het nocxllot het zoo gewild,. anders de Christenen vreemd zouden zijn gebleven

u niet had leeren begrijpen." rwt»* was

„Geloof me, Vinicius," antwoordde Lygia, „Christus wa.

't, "die u tot hen voerde." .. , ,, _

Vinicius hief met eenige verbazing zijn hoofd op.

„Zoo is 'tl" zei hij levendig, ,,'t Heeft zoo moeten gp, dat ik. u zoekend, de Christenen vinden moest. In het Ostrianum hoorde ik den apostel met de hoogste verwondering aan, want zulke woorden waren tot op dat o?gen^_n?,01 tot mij doorgedrongen. Hebt gij daar voor mij geboden? Lygia antwoordde toestemmend. ... , . .

Zoo voortwandelende waren zij ongemerkt bij het met klimop begroeide huisje gekomen en de plaats genaderd, waa, Ursus, na Croton geworgd te hebben, zich op .ïnicius

ge^iePr!"' zei de jonge man, „zou ik zonder uwe tusschon-

komst vermoord zijn." ,r„;n Pn ro

„Spreek daar niet meer over, antwoordde Lygia, „en

ken het Ursus niet te zwaar toe."

„Zou ik mij dan op hem kunnen wreken, omdat hij u verdedigde? Ware hij een slaaf, ik schonk hem dadelijk de vrijheid !" , , ,, „

„Aulus zou dit reeds lang gedaan hebben.

, Weet ge nog," vroeg Vinicius, „dat ik u aan Aulus terug wilde geven? Gij waart toen bevreesd, dat den Keizer zulks ter oore zou kunnen komen en Aulus en Pomponia daarvoor zou laten boeten. Denk eens, dat ge nu bij hen zijn kunt, zoo dikwijls gij wilt."

, Hoe meent ge dat, Vinicius?

Ik ze« ,nu' en geloof, dat ge hen zonder gevaar zult kunnen bezoeken, zoodra gij de mijne zijt. Als de Keizer_ daarvan hoort en vraagt, wat ik met de gijzelaarster die hg mj gaf gedaan heb, zal ik hem antwoorden: ,Z? is mgno vrouw geworden en bezoekt Aulus' huis met mijn medeweten.' De Keizer zal niet lang in Autium blijven, waut j

Sluiten