Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lygia's stem bracht hem tot de werkelijkheid terug. „De geheele stad schijnt in brand te staan," riep zij uit.

De zon neigde zich in al hare pracht ter kimme. De muren, de zuilen en de hoogste spitsen der tempels waren als in goud en purper gedoopt, en hoe meer zij daalde, des te rooder werd de gloed; 't was alsof de stad der zeven heuvelen aan alle zijden in brand stond.

„De gansche stad schijnt in brand te staan! herhaalde I^gia.

Petrus hield de hand voor de oogen en antwoordde: „De toom Gods rust op haar!"

HOOFDSTUK XXXIV.

Vinicius aan Lygia:

„De slaat Phlegon, die u deze regelen brengt, is een Christen en dus een van hen, die uit uwe hand, geliefde, hunne vrijheid ontvangen zullen. Hij is een oud en getrouw dienaar van ons huis, zoodat ik hem gerust tot u durf zenden, zonder te vreezen, dat de brief in andere, dan in uwe handen terecht zal komen. Ik schrijf deze in Laurentum, waar wij, door de hitte genoodzaakt, halt houden.

Ik denk slechts aan u, blijf u steeds liefhebben en bewonder u van ganscher harte; 't liefst zou ik slechts ovei uzelf spreken. Maar ik wil u ook meedeelen wat er alzoo op onze reis gebeurt en aan Nero's hof voorvalt. De Keizer was Poppea's gast, die hem heimelijk hier een schitterende ontvangst bereid had, waarbij zij slechts enkele zijner gunstelingen, waaronder Petronius en mij, uitnoodigde. Na den maaltijd zeilden wij in vergulde scheepjes op de zee, die zoo rustig was, alsof zij sliep en zoo blauw als uwe oogen, gij goddelijke! De Keizer zat, in eene purperen toga gekleed aan het roer en zong eene hymne aan de zee. En ik, ik dacht vol verlangen alleen aan u!

Wilt gij, dat wij ver van Rome aan het strand der zee zullen gaan wonen? Ik bezit een landgoed in Sicilië; daar zou ik met u willen wonen en Paulus leer eer aandoen, want ik weet nu, ('nt zij liefdesgeluk niet uitsluit. ilt gij.' Maar nu zal ik u eei. vertellen wat er bij dat zeilen gebeurde.

Sluiten