Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXXV.

Ursus schepte water uit een regenbak en zong daarbij mei gedempte stem een vreemd klinkend, Lygisch lied, waarbij hij tevreden glimlachend naar Lygia en \inicius keek.^

De geliefden geleken tusschen de cypressen in Linus' tuin als twee standbeelden. Geen koeltje bewoog hunne gewaden. Zij zaten, teeder pratend, met de handen in elkaar, in de

avondschemering.

„Kan u niets kwaads geschieden, Vinicius, omdat ge zonder Nero's weten Autium verliet?"

„Neen, geliefde," antwoordde Vinicius. „De Keizer gaf den wensch te kennen, zich twee dagen lang met Terpnos te willen opsluiten om nieuwe liederen te dichten. Hij doet dat dikwijls en denkt intusschen aan niets anders. En al deed hij t, at kan mij nu den Keizer schelen, nu ik bij u ben en u zien mag. Ik heb daar te veel naar verlangd en er te veel slapelooze nachten om doorgebracht. Ik kon 't niet langer uithouden zoo ver van u, mijne liefste 1"

„Ik wist, dat ge zoudt komen. Tweemaal zond ik Ursus naar uw huis om naar u te vragen. Linus lachte ei mij om

uit, en Ursus ook."

Dat was Lygia aan te zien, want inplaats van haar gewoon donker kleed, droeg zij nu een dun, lichtkleurig gewaad en eenige anemonen versierden haar kapsel.

Vinicius drukte zijne lippen op hare hand. Zwijgend keken zij in de laatste stralen der ondergaande zon. _

„Hoe stil is 't hier en hoe schoon is toch de wereld!" zei Vinicius zacht. „Ik voel mij gelukkiger dan ooit te voren. Nu geloof ik aan een tot nu toe onbekend geluk, nu begrij]> ik den zielenvrede van u en Pomponia. Ja, Christus schone

u dien." , .

Lygia leunde met haar hoofd tegen zijn schouder en sprak : , Mijn dierbare Vinicius —Geluk, dankbaarheid en de zekeiheid, dat alle moeilijkheden waren overwonnen, overweldigden haar. Hare oogen vulden ~ich met tranen. Vinicius sloeg zijne armen om haar slanke gestaJte en drukte haar vasi

tegen zich aan. , ,

„Lygia! Gezegend het uur, waarin ik voor t eerst Lnnstus naam hoorde. Ik neem van ganscher harte nu Zijne leer aan: het geloof, dat niet slechts de waarheid brengt, maar

Sluiten