Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verzwakt. Paulus hoopt ons daar ook te bezoeken, om Aulus Plautius te bekeeren en wij zullen eene kolonie van Christenen stichten."

Lvgia greep zijne hand om die te kussen, maar hij weerhield haar.

„Neen, Lygia, neen! Mij past het u te vereeren, geef mij uwe handen."

„Ik heb u zoo lief!" lispelde zij.

Zijn kus brandde op hare hand. Een tijdlang hoorden zij niets dari het kloppen hunner harten. Geen zuchtje bewoog de lucht; de cypressen stonden onbeweeglijk.

Plotseling werd de stilte onderbroken. Een gerommel als van deri donder weerklonk. Lygia rilde en Vinicius sprong verschrikt op. „De leeuwen brullen in het vivarium;"1) met die woorden trachtte hij haar gerust te stellen.

Beiden luisterden. Op het eerste gebrul volgde een tweede, oen derde; een oogenblik daarna kwam het van alle richtingen en uit alle deelen der stad. Duizenden leeuwen werden omstreeks dezen tijd in de verschillende arena's van Rome gevangen gehouden. Dikwijls naderden zij 's nachts de hekken, lieten hun reusachtigen kop daartegen rusten en brulden zoo hun verlangen naar den vrijheid en de woestijn, in den stillen nacht uit. Zoo deden zij ook nu en vervulden de geheele stad met hun ontzettend gebrul. Zóó iets onheilspellends lag er in, dat Lygia, die hare schoone toekomstdroomen plotseling zag afgebroken, bang en bevend toeluisterde. Maar Vinicius sloeg den .arm om haar heen en zei: „Vrees niet, geliefde, de spelen zullen spoedig gehouden worden; alle vivariën ziji; gevuld." Dit zeggende voerde hij haar Linus' huis binnen.

HOOFDSTUK XXXVI.

In Autiuni behaalde Petronius intusschen bijna dagelijks nieuwe overwinningen op de andere hovelingen, die met hem naar 's Keizers gunst dongen. Tigellinus' invloed was diep gezonken. In Rome, waar zich de gelegenheid dikwijls :ian-

') Bewaarplaats voor levende (lieren,

Sluiten