Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bood, gevaarlijk, schijnende personen uit den weg te ruimen en hunne eigendommen te plunderen, politieke aangelegenheden in orde te maken, schouwspelen te geven, die door hunne weelde en hun verdorven smaak de grootste verbazing wekten, of eindelijk de afschuwelijkste grillen van Nero te bevredigen, was Tigellinus onontbeerlijk. Maar in Autium, in de paleizen, die zich in 't blauw der zee weerspiegelden, leidde Nero een leven als dat der Grieken. Van den morgen tot den avond lazen hij en zijne vrienden verzen, critiseerden ze, hielden zich bezig met muziek, — in één woord, slechts met datgene, wat het Grieksche genie had voortgebracht en wat het leven schooner maakte. Petronius overtrof door zijn ontwikkeling en beschaving Tigellinus en alle andere hovelingen. De Keizer zocht zijn gezelschap, hoorde zijne meening, vroeg hem om raad bij zijne oompositiën en toonde grootere vriendschap voor hem dan ooit te voren. Velen waren verheugd, dat 't overwicht aan de zijde van een man was, die met een sceptisch lachje de vleierijen zijner vijanden van gisteren aanhoorde, uit laksheid of verfijning van smaak geen wraak nam en zijne macht niet ten nadeele van anderen gebruikte. De Romeinsche senaat herademde, want sedert anderhalve maand was er geen doodvonnis geveld.

Het bijzondere geluk van Petronius versterkte het volk in de meening, dat zijn invloed blijvend zou zijn. Het kon zich eenvoudig niet voorstellen hoe de Keizer 't zonder Petronius zou kunnen stellen; met wien zou hij anders muziek, poëzie en dergelijke hoogere dingen kunnen bespreken?

Petronius scheen onverschillig te blijven onder deze overwinning. Dikwijls maakte hij den indruk van een man, die zijne omgeving, zichzelf, den Keizer, de ^ geheele wereld verachtte. Menigmaal waagde hij 't Nero openlijk te laken; begreep hij daarin te ver te zijn gegaan, dan wist hij het gesprek altijd dadelijk eene andere wending te geven.

Ongeveer eene week na Vinicius' terugkeer uit Rome las de Keizer in kleinen kring een stuk zijner Trojade voor; nadat hij geëindigd had en de uitroepen van verrukking verstomd waren, antwoordde Petronius op den vragenden blik van den Caesar:

,,Zeer gewoon, geschikt voor het vuur!"

De aanwezigen waren verstomd van schrik. Sedert zijne kindsheid had Nero nooit zulk een vernietigend oordeel gehoord, 't Gezicht van Tigellinus straalde van vreugde. Vi-

Quo V*di«» 7

Sluiten