Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het offer was niet groot genoeg, daartoe is meer noodig. Welnu, ik ben tot alles bereid."

„Wat wilt gij dan doen?"

„Dat zult ge spoedig genoeg vernemen! Wees intusschen verzekerd, dat er twee Nero's zijn, één, zooals het volk dien kent, en een andere Nero, de kunstenaar, die alleen voor u bestaat. Doet de eerste soms dingen, die aan krankzinnigheid grenzen, dan is dat te wijten aan de platheid en het ellendige van het leven, dat hem dreigt te verstikken. Maar dat zal anders worden, dat zweer ikl Wat zal de wereld leeg zijn, als ik eens niet meer leef! Niemand, zelfs gij niet, kan vermoeden, welk een groot kunstenaar met mij verloren zal gaan. De hoogste macht uit te oefenen en tevens de grootste begaafdheid te bezitten, is echter meer dan eenig mensch kan dragen."

„Ik deel uwe gevoelens, o Keizer, en met mij de heele wereld, gezwegen nog van Vinicius, die u verafgoodt!

„Ook ik mag hem gaarne lijden," sprak Nero, „ofschoon hij Mars en niet de Muzen dient."

„Vóór alles dient hij de liefde," antwoordde Petronius, wien 't plotseling inviel van deze gelegenheid gebruik te maken om zijn neef voor alle gevaar te behoeden. „Hij is nog steeds doodélijk verliefd. Sta hem toe naar Rome terug te keeren, anders' sterft hij nog onder mijne handen. Weet ge, dat de Lygische gijzelaarster, die gij hem beloofde, gevonden is en dat Vinicius haar, bij zijn vertrek naar Autium, onder de hoede van zekeren Linus achterliet? Ik sprak er u nog niet eerder over, omdat gij aan de hymne bezig waart, die ge wichtiger is dan al 't overige. Eerst wilde hij haar tot zijne geliefde maken, maar nu wenscht hij haar te trouwen en daar zij eene koningsdochter is, behoeft hij zich voor haar niet te schamen. Vinicius is echter vóór alles soldaat en wacht dus eerst de toestemming van zijn gebieder af."

„Wat moet ik hem toestaan?" Daarna wendde Nero zich tot Vinicius met de vraag:

„Bemint gij haar werkelijk zoo vurig als Petronius zegt?"

„Ja, mijn Keizer."

„Dan beveel ik u morgen naar Rome te gaan en haar te trouwen. Kom niet weer onder mijne oogen, voordat ge den trouwring draagt."

„Ik dank u, o. Keizer, uit 't diepst van mijn hart."

,'0, hoe zoet is 't, menschen gelukkig te maken," sprak Nero. „Kon ik toch mijn leven lang niet anders doen!"

Sluiten