Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het einde dezer grauwe, spookachtige vlakte lag de Brandende stad op de zeven heuvelen. , , Het vuur steeg niet in zuilen omhoog, zooals dit meestal bii een enkel gebouw 't geval is; 't geleek een gordel, gelijk aan de strepen van het morgenrood. Daarboven verhief zich een rookmassa, hier zwart, daar rossig, soms rood als bloed en zich kronkelend als eene slang. Meermalen scheen zij de vuurstrepen te willen bedekken, die dan zeei smal werden, maar plotseling weer van onderop zich verbreedden en de rookwolken in golven van vuur veranderen. Zoover het oog reikte niets dan rook en vuur. Het scheen hem toe, dat niet alleen de stad, maar de geheele wereld brandde en geen levend wezen zich uit deze vlammenzee zou kunnen redden. Vertwijfeling greep hem opnieuw aan, maar hij trachtte sterk te zijn.

,,'t Is onmogelijk," dacht hij, „dat eene stad aan alle kanten te gelijk brandt. De wind komt van 't Noorden en drijft daarom den rook in deze richting. In elk geval zal t Lrsus moeite kosten met Lygia door de menigte te dringen om haar en zichzelf te redden. Uit elke veroverde stad, die in brand werd gestoken, ontkwamen altijd enkele personen, waarom zou Lygia dan niet gered kunnen zijn? Neen, God zal over

haar waken!" , ...

Terwijl h^j zoo met zichzelf redeneerde, begon hij te bidden en deed hij, nog geheel vastgegroeid in zijne oude gewoonten. de mooiste beloften; hij beloofde aan Christus geschenken en offers te zullen brengen. Hij herinnerde zich, dat Lygia niet alleen door Ursus, maar ook door Linus en Petrus beschermd werd, en geloofde vast, dat, daar Petrus hunne liefde gezegend had, Lvgia onmogelijk in de vlammen zou kunnen omkomen. De stad mocht verbranden, maar geen vonk

zelfs zou op haar vallen.

Deze gedachten stemden hem rustiger. Petrus kon immers in de toekomst lezen; ongetwijfeld had hij ook dezen brand voorzien en de Christenen uit de stad gevoerd, waaronder ook Lygia, die hij liefhad als zijn eigen kind. \\ aren zij gevlucht, dan zou hij hen misschien ontmoeten en spoedig liet

dierbare gelaat voor zich zien.

Dit scheen hem des te zekerder, daar hij eene steeds grooter wordende menigte tegenkwam, die naar de bergen vluch e. Hii moest zijn vaart al beteugelen door de ontelbare voetgangers, ruiters, beladen muildieren, draagstoelen, waarin slaven hun rijke meesters droegen, die hem tegenkwamen. Op verschot-

Sluiten