Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welBekend. Een roemrijke naam was alles, wat de menigte noodig had. Wie nu de Quiriten onder de wapenen riep, dacht Vinicius, zou ongetwijfeld Nero in het verderf storten en zelf het purper verkrijgen. Waarom zou hij 't niet doen, hij, die jonger en krachtiger was dan de meeste hovelingen? Wel gebood Nero over dertig legioenen, maar zouden ook deze niet in oproer komen, als zij de oorzaak van den brand van Rome vernamen? In dat geval stond de weg tot den troon voor hem open. Misschien zou Christus zelf hem met Zijne goddelijke macht te hulp komen.

„O, mocht 't zoo zijn!" riep Vinicius in gedachten uit. Hij zou dan het gevaar, waarin Lygia zich bevond, en zijn eigen angst op Nero kunnen wreken; liet rijk der waarheid en gerechtigheid zou een aanvang nemen, Christus' leer zich van den hufraat tot Brittannië uitbreiden; hij zou Lygia in purper kleeden en haar tot heerscheres over de geheole wereld maken.

Maar al deze gedachten verdwenen even snel als zij opgekomen waren. Vóór alles moest Lygia gered worden. Opnieuw greep de angst hem aan bij 't zien van die zee van vuur en rook en te midden dezer vreeselijke werkelijkheid vervloog de hoop, dat het Petrus gelukt zou zijn Lygia te redden.

De afschuwelijkste tooneelen vertoonden zich voor zijne oogen. In verscheidene straten stieten de menschen van tegenovergestelde zijden op elkander, sloegen op elkaar los en vertraden elkaar onder de voeten. Familieleden verloren elkander in het gevecht. Moeders riepen radeloos om hunne kinderen. Dit alles was voor> hem een bewijs, dat hij in de onmiddellijke^ nabijheid van den brand moest zijn. Het rumoer, gegil en geschreeuw maakten het onmogelijk iels te vragen of te verstaan. De hitte werd ondragelijk. De pretorianen, die Vinicius begoleidden, bleven de een na den ander achter. Iemand uit de menigte sloeg met een hamer naar \ inicius' paard, dat van schrik begon te steigeren. Men herkende aan de tunika den hoveling en begon te roepen: „Dood aan Nero en zijne brandstichters!" Groot was het gevaar; duizenden handen trachtten Vinicius te grijpen, maar zijn schichtig geworden paard holde met hem verder, terwijl het alles omver wierp, wat niet uit den weg ging. 't Volgende oogenblik hulde eene nieuwe rookwolk de straat in duisternis. Vinicius begreep, dat het paard hem hier slechts hinderlijk zou zijn; hij sprong er ai en ging te voet voorwaarts, terwijl hij zich langs de muren voortbewoog en nu en dan staan bleef, tot. er weer een vluchtende troop voorbij was. Hij begreep, dat

Sluiten